Silbertanne moord
Getuigenverhaal: Janny Lok, Ravenswoud - Friesland
Anje Lok is in 1940 hoofd van de openbare lagere school in Ravenswoud. Een geliefde man in het dorp. Een warme vader. Direct vanaf het uitbreken van de oorlog neemt hij deel aan het ongewapende verzet. Janny (1932) en haar broertje Jaap weten niets. Hoe langer de oorlog duurt, hoe gevaarlijker het verzetswerk wordt. Vader Anje duikt niet onder. 'Anders pakken ze júllie', zegt hij tegen zijn vrouw. Op een nacht bellen twee SS-ers aan. Iedereen wordt wakker. Janny's vader moet meekomen. Op straat, voor de ogen van zijn vrouw en kinderen wordt hij doodgeschoten. Het geluid van Janny's huilende broertje verdwijnt nooit meer.
door Anita van Stel
Leven in Ravenswoud
"De bevolking van Ravenswoud bestond uit straatarme, grotendeels werkloze veenarbeiders en een handvol pachtboeren. In 1930 kreeg het dorp een eigen school en werd mijn vader benoemd tot hoofd. Mijn vader kreeg de baan van zijn leven. Hij was een maatschappelijk zeer betrokken man. De bevolking droeg hem al snel op handen. Voor mijn gevoel was hij overal voorzitter van en kende hij alle paddenstoelen, planten en vogels bij naam en toenaam. Ik vond alles prachtig wat hij deed. De school en het schoolhuis stonden destijds aan een zandpad. We hadden geen toegang tot gas en elektra. Mijn moeder voorzag ons van water uit een regenput, die naast het huis stond. Jaap en ik hadden ieder een eigen kaarsje waarmee we 's avonds trap opklommen naar onze slaapkamertjes. Ondanks de oorlogsdreiging ervoer ik mijn leventje als dat van een prinses."
Ongewapend verzet
"Mijn ouders waren overtuigd 'blauw-rood'. Ze dronken geen alcohol, waren lid van de SDAP en aanhangers van het ongewapende verzet met als symbool 'het gebroken geweertje'. Geweld was zélfs in de strijd tegen de bezetter niet geoorloofd. Ze behoorden tot een spraakmakende minderheid in Friesland."
Steeds gevaarlijker
"Ik herinner me nog goed dat we op 10 mei 1940 onze vakantie in Groningen afbraken en op de fiets terugkeerden naar huis. Vanaf dat moment was het na schooltijd bij ons thuis een komen en gaan van mensen. Dan gingen de gordijnen dicht. Onderduikers overnachtten soms op de zolder van de school. Ik herinner me nog een rij snurkende mannen die ik daar op een avond aantrof. Mijn vader zorgde er voor dat onderduikers veilig elders ondergebracht werden. Ook vond ik bonkaarten verstopt in een oude kachel. Mijn vader vertelde zo weinig mogelijk. En wat we wisten of ontdekten waren onze geheimen, zei hij. We hebben onze vriendjes en vriendinnetjes nooit iets verteld. Dat was ook noodzakelijk, want een van zijn collega's op school was een NSB-er. Gedurende de derde en de vierde klas zat ik bij deze meester in de klas. Hij besteedde altijd veel aandacht aan mij en trok me voor. Ik vond dat vreselijk, maar liet het gebeuren. Ik wist of voelde dat er iets met hem aan de hand was. Naarmate de oorlog voortduurde werd het illegale werk door de nabijheid van deze NSB-er steeds gevaarlijker, maar mijn vader weigerde onder te duiken. Mijn moeder vroeg hem dat regelmatig. 'Als ze mij dan zoeken, pakken ze jullie', was zijn antwoord."
Is uw man thuis?
"In de nacht van 19 op 20 mei 1944 werd er aan de deur gebeld. Mijn moeder deed open. Er stonden twee mannen. 'Is uw man thuis', vroegen ze. Hij moest mee naar Assen voor een verhoor. Mijn vader kleedde zich aan. Inmiddels waren Jaap en ik ook wakker geworden en naar beneden gekomen. Mijn moeder vroeg of ze hem niet wat brood mee zou geven. Dat was niet nodig, luidde het antwoord, want het zou niet lang duren. Mijn vader verliet het huis. Enkele meters verderop werd hij doodgeschoten. We zijn met z'n drieën bij hem gaan zitten. Het geluid van mijn huilende broertje kan ik zo oproepen; het blijft me mijn hele verdere leven bij."
Het schot op meester Lok
"We konden mijn vader niet optillen, dat bleek na enkele pogingen. De directe buren durfden niet naar buiten te komen. Niemand deed open, de angst was te groot. Pas na een heel eind lopen in het pikkedonker - alles was in die tijd verduisterd - vond ik gehoor bij het gezin van Jan Veenstra. Jan kwam meteen naar buiten, pakte mijn hand en ging met me mee terug. Samen met hem brachten we mijn vader naar de huiskamer. Jan bleef de hele nacht bij ons. Iedereen had het schot gehoord. Sommige mensen in Ravenswoud praten nu nog over 'het schot op meester Lok'. Heel ontroerend vond ik een verhaal dat me recent werd toegestuurd. Het was geschreven door Anne Veenstra, een van Jans zonen. Anne vertelt onder andere dat hij mijn vader elk jaar op 20 mei herdenkt en dat hij zich heel goed herinnert hoe ik op hun ramen bonsde en huilend steeds het zinnetje herhaalde: 'ús pappie is dea, ús pappie is dea'*."
* papa is dood, papa is dood
Silbertanne moorden
"De moord op mijn vader is een schoolvoorbeeld van een Silbertanne moord. Het was het antwoord op een aanslag die de week daarvoor in de directe omgeving van Appelscha was gepleegd op enkele NSB-ers. De sfeer was sindsdien uiterst grimmig en mijn moeder drong er nogmaals op aan dat mijn vader zou onderduiken. Maar zelfs in die situatie weigerde hij dat."
Niet louter slechte mensen
"We zijn vrijwel meteen na de moord op mijn vader naar Drachten verhuisd. Mijn moeder heeft mijn broertje en mij verder alleen opgevoed. Dat heeft ze fantastisch gedaan. Mijn haatgevoelens leidde ze in goede banen door mij ervan te overtuigen dat er in zo'n groot land als Duitsland niet alleen maar slechte mensen kunnen wonen. Mijn moeder is in 1997 overleden op 93-jarige leeftijd. Tot vrijwel het einde zeer helder van geest. In haar laatste levensjaar gebeurde het echter een aantal malen dat ze mij, als we bij haar logeerden, 's nachts wakker maakte en zei: 'Er is gebeld, ik weet het zeker. Wil jij opendoen?'."
Aan de muur van de Meester Lokschool
"Aan de muur van de school is een monument voor mijn vader aangebracht. Het is in 1955 onthuld. De school bestond toen 25 jaar en was inmiddels omgedoopt tot 'Meester Lokschool'. Mijn moeder, broer en ik waren alle drie aanwezig bij de onthulling van het monument. Mijn moeder hield een korte, ontroerende speech. Het monument is me zeer dierbaar. Het vertelt iets over mijn vaders grote liefde voor de natuur en het is aangebracht op een plek waar hij veertien jaar lang, ondanks alles, intens gelukkig is geweest."
Achtergrond
De 'Silbertanne Aktion' (Zilverdenmoorden) betrof een serie moordaanslagen die door Nederlandse SS-ers en -Oostfrontveteranen werden gepleegd tussen september 1943 en september 1944. Zonder enige vorm van proces werden de uitgekozen slachtoffers - doorgaans 's nachts - doodgeschoten in de deuropening van hun woning of ergens langs de kant van de weg. Er zijn in Nederland 55 van dergelijke moorden gepleegd. De acties golden als represaillemaatregel voor aanslagen op vooral Nederlandse collaborateurs. Ze werden uitgevoerd door speciaal daartoe opgeleide moordcommando's van de Waffen-SS. Anton Mussert, leider van de NSB, was tegen deze moordcommando's en maakte er in september 1944 een einde aan.
