Herdenken - Achtergronden

Burgerslachtoffers Nederland

De Tweede Wereldoorlog was een totale oorlog: een oorlog die niet alleen militair werd uitgevochten maar ook de burgerbevolking confronteerde met oorlogsgeweld, vervolging, terreur, dwangarbeid en honger. Tienduizenden mensen kwamen hier tegen in verzet. Ze hielden zich bezig met gevaarlijke activiteiten en hadden een grote kans om te worden opgepakt.
Vervolgden
Hele bevolkingsgroepen werden uit Nederland weggevoerd. Vanaf het begin van de bezetting werden Joden stap voor stap beroofd van hun werk, bezit en burgerrechten – en uiteindelijk ook van hun leven. Van de ruim 107.000 joden die naar vernietigingskampen (zoals Auschwitz en Sobibor) werden gedeporteerd, keerden slechts 5.000 terug. 25.000 joden konden onderduiken, maar door verraad werden velen alsnog weggevoerd. Onder de onderduikers waren veel kinderen.

Evenals de Joden, vervolgden de bezetters ook de Sinti en Roma steeds feller. Veel zigeuners werden gedeporteerd, voornamelijk naar Auschwitz en kwamen om. Ook Jehova’s getuigen werden omwille van hun consequente verzet tegen het nazisme opgepakt en weggevoerd.

Verzet
Al spoedig na het begin van de Duitse bezetting ontstonden de eerste verzetsgroepen. Het verzet hield zich bezig met:
  • het maken en verspreiden van illegale bladen,
  • hulp aan onderduikers (ook in de vorm van voedselbonnen, geld en eten)
  • het vervalsen van persoonsbewijzen
  • spionage
  • gewapend verzet.
De eerste massale uiting van verzet was de februaristaking van 1941, uit protest tegen de Jodenvervolging. Ook de Joden waren actief in het verzet, zoals in de smokkel van Joodse kinderen.

Zeker 11.000 mensen uit het verzet werden gearresteerd. Sommigen werden standrechtelijk gefusilleerd. De meeste werden tijdelijk in één van de gevangenissen of concentratiekampen in Nederland opgesloten (bijvoorbeeld het Oranjehotel in Scheveningen of de kampen Amersfoort en Vught), of kwamen terecht in Duitse concentratiekampen. Meer dan de helft van hen kwam om. De bezetters namen gijzelaars om de bevolking ervan te weerhouden bij een eventuele invasie massaal in verzet te komen.

DwangarbeidersKampen in Nederland
Duitsland probeerde Nederland in te schakelen bij de oorlogsindustrie. Steeds meer groepen mannen werden opgeroepen voor werk in Duitsland. Aanvankelijk betrof dit alleen de werklozen, vanaf 1942 werden hele lichtingen mannen uit de bedrijven weggehaald en naar Duitsland overgebracht. Studenten die in maart 1943 weigerden de loyaliteitsverklaring te ondertekenen werden opgeroepen zich te melden voor de arbeidsinzet, en ook de ex-militairen moesten zich melden. Ten slotte moesten na september 1944 alle mannen tussen 17 en 40 jaar naar Duitsland. Velen gingen, maar ruim 250.000 mannen doken onder. Uiteindelijk werden meer dan 600.000 mannen tewerkgesteld in Duitsland, onder zeer wisselende omstandigheden; 30.000 van hen overleefden dit niet.

Andere burgerslachtoffers
Andere burgers vonden de dood als gevolg van bombardementen en gevechten; of werden doodgeschoten bij represailles. Soms waren het gijzelaars die vastzaten of strafgevangenen, andere keren waren het willekeurige burgers die op straat opgepakt werden. Bij een uitzonderlijk extreme represaille werd de gehele mannelijke bevolking van het dorp Putten naar het concentratiekamp Neuengamme afgevoerd.

Door de vele bombardementen en de eisen die de Duitse verdediging stelde werden in toenemende mate hele steden en stadsgebieden ontruimd. Het aantal evacuaties werd nog sterker na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, toen de illusie leefde dat de bevrijding nabij was. Maar alleen het Zuiden van het land werd bevrijd, Arnhem bleek een brug te ver. De situatie werd steeds chaotischer. Zeven miljoen mensen ten noorden van de rivieren waren nog niet bevrijd.

In de strenge winter van 1944/1945 kwamen ca. 20.000 mensen om van de honger, vooral in de steden van de Randstad. De bezetter hield namelijk alle transporten van voedsel en brandstof tegen als reactie op de spoorwegstaking. Die vond plaats in opdracht van de regering in Londen begon ter ondersteuning van de geallieerde opmars. Na de bevrijding duurde het nog geruime tijd voordat alle gevluchte en weggevoerde mensen weer terug in Nederland kwamen. Ze troffen een leeg geplunderd en ontregeld land aan. Er was weinig aandacht voor hun ervaringen.