'ik wil het testament van de gevallenen doorgeven'
Dominique Podgorski
Dominique Podgorski (1921) is geboren in Polen. Tijdens verzetswerkzaamheden werd hij verraden en kwam hij in verschillende kampen terecht. Na zijn ontsnapping melde hij zich bij de Eerste Poolse Pantserdivisie en hielp hij Nederland bevrijden. Herdenken is bij hem doortrokken van zijn Poolse afkomst.
“Ik kom uit een klein plaatsje, Potokzloty, in het oosten van Polen.
Polen kende een overheersing van 123 jaar door Oostenrijk, Pruisen en
Rusland. Ik ben opgegroeid met de verhalen hoe het vóór
de onafhankelijkheid was, waarin begrippen als onderdrukking en vrijheid
een rol speelden. Zo ontstond de liefde voor mijn vaderland.
Toen de Duitsers in 1939 Polen binnentrokken, werd mijn vader direct gearresteerd.
Wij hebben nooit meer iets van hem vernomen. Ik wilde graag vechten en
op een dag werd ik op straat aangesproken door een overste uit het leger.
Hij had de opdracht het verzet te organiseren. Onze groep groeide uit
tot ongeveer veertig mensen.
Ik herinner mij die keer dat wij wachtten op het juiste moment om een
gegijzelde trein te bevrijden. Een Rus gooide een kind naar buiten dat
net in die trein was geboren en schoot het dood. Ik krijg er nog tranen
van in mijn ogen. Het waren barbaren.
Ik werd benoemd tot kapitein en naar Warschau gezonden om iets te regelen.
Niet wetende dat mijn contactpersoon in de gaten werd gehouden, werd ik
gearresteerd. Ik belandde in de kampen Neuengamme en Saksenhausen.
Midden 1943 werd ik getransporteerd naar Alderney, een eiland bij Guernsey
en Jersey. Daar werd aan de verdedigingslinie, de Atlantikwall, gebouwd.
Met 1.150 mensen gingen we erheen, met nog geen 500 kwamen we er vandaan.
Zelf was ik zo ondervoed dat als ik met mijn vinger in mijn kuit drukte,
daar zes uur later nog een afdruk van te zien was.
Na de invasie in 1944 kwam ik in België terecht. Daar zijn we met
een groep ontvlucht. Na vier dagen belandde ik in het Poolse leger: de
Eerste Poolse Pantser Divisie. Ik heb gevochten bij 's Hertogenbosch en
Breda. Daar verloren wij 945 man. Jaarlijks organiseert Breda een fantastische
herdenking als dank voor de bevrijding. Later hebben wij Noord-Nederland
bevrijd. Ik ben trots dat wij in naam van Polen andere nationaliteiten
de vrijheid konden geven.
Nadat wij van de Duitsers de capitulatiepapieren voor Polen hadden ontvangen,
werden wij door de nieuwe Russische communistische regering in Polen uitgemaakt
voor verraders. We mochten ons land niet meer in. Ik had Nederland en
andere landen bevrijd, maar zelf kon ik niet terug naar mijn land. Nederland
wilde mij wel opnemen en in 1951 ben ik hier getrouwd. Ooit hopen wij
nog terug te keren naar Polen; dan is de oorlog pas echt afgelopen.
Elke avond en elke morgen herdenk in gebed mijn familie, mijn vader
en jongste broer die beiden vermist zijn, mijn vrienden. Elke dag draag
ik met liefde het speldje met de Poolse vleugel van onze brigade. De allerhoogste
heeft mij de ere gegeven andere landen te bevrijden. En die dank krijg
ik terug, bijvoorbeeld als iemand na een herdenkingstoespraak naar mij
toe komt om te bedanken voor de bevrijding.
Ik wil het testament van de gevallenen doorgeven en zo bijdragen aan een
betere wereld. Wat is er mooier dan deze mensen te herdenken met een straatnaam?
Het is mij gelukt om in Stadskanaal en Ter Apel een straat vernoemd te
krijgen naar onze generaal Maczek. In Borger is er nu de Poolse bevrijdingslaan
en in Winschoten is een plein genoemd naar de compagnie die Winschoten
bevrijd heeft. Ik ben Nederlander maar ik voel mij nog steeds Pool. Ik
heb gevochten voor Polen. Dat ik de eer had Nederland te bevrijden is
meegenomen.”
Corinne A. Falch
