'Ik draag mijn herinneringsmedaille iedere dag'
Klaas Kikkert
Als koopvaardijofficier voer Klaas Kikkert (1921) in de oorlog de hele wereld over. Niet alleen met suiker, maar vaak met ontplofbaar materiaal en allerlei oorlogstuig aan boord. Regelmatig waren zijn schepen doelwit van aanvallen. Hij herdenkt alle getorpedeerde zeelieden.
“Het was niet makkelijk om zeeman in de oorlog te zijn. Je móest varen,
er was vaarplicht. Op mijn oorlogsherinneringsmedaille staan vier
sterren, omdat ik in alle oorlogsgebieden heb gevaren. Hij is
belangrijk voor me; ik draag hem iedere dag.
Toen de oorlog
uitbrak, zaten wij - ik voer op de Gaasterkerk - ergens in de Golf van
Biskaje. Wij werden naar Engeland gedirigeerd en vandaar zijn we de
hele oorlog door de Netherlands Shipping overal heen gestuurd: naar de
Verenigde Staten, naar het Caraïbisch gebied, rondom Afrika naar
Oost-Azië. We hebben ook nog aan de invasie van Malta en Sicilië
meegedaan.
De hele oorlog had ik geen contact met Holland. Het enige wat ik via
het Rode Kruis hoorde, was dat mijn oudere broer vrijwel meteen bij de
Grebbeberg doodgeschoten was. Ik ga nog altijd op 4 mei naar de
Grebbeberg omdat hij daar begraven ligt.
In 1941 kwam ik als derde stuurman op de Abbekerk. Onderweg van
Trinidad naar Engeland in augustus 1942 is dat schip getorpedeerd. Op
zondagmiddag, midden op zee, rapporteerde de uitkijk in het kraaiennest
een onderzeeboot aan de horizon. Klokslag kwart voor twaalf klonk een
enorm geluid. De torpedo trof het schip in ruim twee, waardoor onze
ruwe suikerlading naar boven spoot. De twee stuurboordsloepen werden
onmiddellijk weggeslagen. Twintig minuten later trof de tweede torpedo
het schip vóór in de machinekamer bij het schakelbord. Er zijn twee
mensen omgekomen: de eerste stuurman en een koksmaat.
Wij gingen met zestig man in de twee boten, de tweede stuurman en ik
konden nog net onze kapitein, Wijker, in de boot hijsen, waarbij hij
een paar ribben brak. Na twee dagen op zee zijn we gered door een
Canadees korvet.
Nadat Duitsland zich overgaf duurde het al met al ruim twee maanden
voordat we terug waren in Holland. De ontvangst was vreselijk. Ik kwam
bij de VNS, de Vereenigde Nederlandse Stoomvaart Maatschappij, en het
enige wat ze tegen me zeiden, was: 'Mijnheer Kikkert, u kunt over
veertien dagen naar de Meliskerk als vierde stuurman.' Dat was mijn
ontvangst. Zes jaar lang je leven in de waagschaal gesteld. Degradatie
en geen woord van dank.
Ik nam ontslag en ben bij de Maatschappij Zeeland gaan werken, waar ik
jaren als kapitein op de veerboot Hoek van Holland-Harwich heb gevaren.
Ik ga op 4 mei naar de Boeg, het oorlogsmonument voor de koopvaardij in
Rotterdam. Ik doe dat graag. Ik herdenk eigenlijk alle zeelieden die
zijn getorpedeerd, en dat waren er heel veel.”
Judith Schuyf
