Herdenken - detail

'In restaurants houd ik nog altijd de deuren in de gaten'

Jos Gemmeke

Samen met koningin Wilhelmina is Jos Gemmeke (1922) de enige vrouwelijke drager van de Militaire Willemsorde. Door haar voorzichtigheid is ze door de oorlog gekomen, denkt ze. 5 Mei, de viering van de bevrijding, vindt ze een belangrijke dag.

“Ik was vanaf het begin van de bezetting betrokken bij verzetswerk. Door de productie en verspreiding van het illegale blad Je Maintiendrai kreeg ik een heel netwerk aan contacten en raakte ik allengs bij allerlei zaken betrokken. Via onze verbindingsman kwam er in het najaar van 1944 bericht van prins Bernhard dat er iemand met berichten naar Brussel moest komen. Met de microfilms reed ik vanuit Den Haag op de fiets dwars door de linies heen. Bij Gorinchem moest ik alles op alles zetten om met de pont over te mogen. Toen kwam de brug bij Heusden, waar ik ook niet over mocht. Tijdens een aanval van de geallieerde luchtmacht, toen alle Duitse soldaten van de brug af vluchtten, kon ik er, door een regen aan kogels, overheen.

De enige manier om vanuit Brussel terug te komen in Den Haag was vanuit Engeland geparachuteerd te worden. Ik ging dus naar Engeland, want ik wilde zo snel mogelijk terug naar Nederland om de strijd voort te zetten.

Ik was vanaf het begin van de oorlog altijd enorm security-minded. Ik onthield alles en schreef nooit iets op. De hele oorlog door wist niemand mijn echte naam. Door die voorzichtigheid ben ik er doorgekomen. Als ik voelde dat er bij een afspraak iets fout was, wist ik altijd weg te komen. Ik ging een groot warenhuis in en via de achteruitgang er weer uit. Nu nog zit ik in een restaurant of waar dan ook, altijd met mijn rug tegen de muur om de in- en uitgang in de gaten te houden.

pr. wilhelmina feliciteert Jos gemmeke met MWO 1951.jpgToen ik een keer voor een afspraak in Utrecht was, voelde ik dat het mis was. Ik waarschuwde de twee jongens met wie ik was dat ze niet terug naar het station moesten, maar zij sloegen mijn advies in de wind. Ze werden allebei gearresteerd en waren binnen een week dood. Dat zijn dingen die je je hele leven bijblijven.

Ik heb me na de oorlog overal direct uit teruggetrokken en helemaal geen contact gehouden met mensen uit de oorlogsjaren. Ik was drieëntwintig en dacht: dat is gebeurd, nu wil ik weer gewoon gaan leven. Nu vind ik het wonderlijk dat ik er zo lang niet over gesproken heb.

Pas de laatste twintig jaar heb ik mij aangesloten bij verschillende verenigingen en ben ik actief geworden. Als voorzitter van de Vereniging van ridders van de Militaire Willemsorde ga ik naar verschillende herdenkingen. 4 Mei is voor mij een erg drukke dag, maar ik wil hoe dan ook altijd naar de herdenking voor de agenten van het Englandspiel. Hierdoor hebben ruim vijftig agenten de dood gevonden. Als wij daar bij elkaar staan bij het monument zeggen we niet veel, maar we weten waarom we er zijn. Het zijn allemaal mensen die dezelfde risico's hebben genomen.

In het najaar ga ik naar de Ginkelseheide, waar de Airborne herdacht wordt.Ik vind het aandoenlijk om alle Engelsen te zien die elk jaar komen. Sommigen hebben na Market Garden nooit meer kunnen lopen.

Op 5 mei ben ik in Wageningen, daar ga ik met groot plezier heen. Elk jaar komen er meer veteranen, ook uit Canada, Engeland en de Verenigde Staten. Het enthousiasme van de veteranen die deelnemen aan het defilé voor prins Bernard is enorm. Soms leggen zij hun krukken ervoor opzij of staan ze toch op uit hun rolstoel. Dat is mooi om te zien.”

Karen Polak

Terug