'Samen kun je verder, alleen gaat het niet'
Bas van der Hoef
De saamhorigheid die Bas van der Hoef (1920) bij het KNIL heeft ervaren, draagt hij nu uit als voorzitter van Madjoe, de vereniging van oud-militairen van het KNIL.
'De oorlog betekent voor mij vooral kameraadschap. In die beroerde tijd
in Birma heb ik ervaren dat je het alleen niet aankan. Dat is het Madjoegevoel.
Die saamhorigheid was kenmerkend voor onze vereniging van oud-militairen
van het KNIL, opgeheven in 2002.
Na mijn lagere school moest ik meteen werken, bij een kwekerij in
Harmelen. 's Morgens om vier uur beginnen en 's avonds om half zeven
klaar. Het KNIL gaf mij de mogelijkheid die uitzichtloosheid te
ontvluchten. Als achttienjarige verdiende ik bij die kwekerij niet meer
dan een tientje in de week; als onder-luitenant bij het KNIL kon ik 500
gulden in de maand verdienen.
Begin 1939 vertrok ik met een vrachtboot naar Indië, samen met zo'n
zestig andere mannen. Op 7 december 1941 bombardeerde Japan Pearl
Harbor. Een maand later begon de strijd om Indië.
Na de Nederlandse capitulatie belandde ik in krijgsgevangenschap. Eén
en al verschrikking. Het ergste was het werken aan de
Birma-Siam-spoorlijn. Ik zat in een groep van vijftig krijgsgevangenen,
grotendeels Indische jongens. Het waren mijn beste kameraden. We
vormden een hechte, saamhorige groep en dat was ook de enige manier om
te overleven.
Na de bevrijding in 1945 werd ik in dienst gehouden. Hoe ik dat kon
opbrengen, heb ik me nooit afgevraagd. In 1947 en 1948 nam ik deel aan
de Politionele Acties en in 1949 stuurden ze me naar huis.
Het is mijn plicht niet te vergeten. Ik vecht ook voor een rechtvaardige
behandeling van de Indische gemeenschap in ons land. Ik reken mijzelf
daar ook toe, al ben ik een gewone Hollander. Ik voel me verbonden met
deze mensen door wat ik heb meegemaakt. Hoe onrechtvaardig is de Indische
gemeenschap die na 1945 naar Nederland kwam hier behandeld. Er is nooit
naar hen geluisterd. Nu zie je dat deze groep helemaal vereenzaamt. Madjoe
gaf hen het gevoel dat ze er niet helemaal alleen voor staan.
Ik herdenk vooral op 15 augustus als ik bij dat prachtige monument in
Den Haag sta. Een beeld van vrouwen en kinderen. Van mensen die het hoofd
laten hangen en van mensen met hun arm omhoog. Ik identificeer me met
de man met de geheven arm. Wij van Madjoe waren er om de mensen die het
hoofd laten hangen, te helpen.'
Mark Pier
