Herdenken - detail

'De oorlog leeft bij jongeren'

Ferry Einthoven

Ferry Einthoven (1920), militair in hart en nieren, nam in mei 1940 onder meer deel aan de herovering van het vliegveld Ypenburg tegen de bezetter, waarvoor hij koninklijk werd onderscheiden. Hij vindt het belangrijk dat de oorlog breed blijft leven.

“Ik stam uit een militair geslacht. Mijn vader was officier in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). In mei 1940 was ik kornet, bestemd om naar de Koninklijke Militaire Academie te gaan.

Op 10 mei, de dag van de Duitse invasie, kregen we opdracht bij Wateringen in stelling te komen, ongeveer twee kilometer van het vliegveld Ypenburg. Onze kaarten stamden uit 1928, het vliegveld stond er nog niet op. Wij ondersteunden de aanval ter herovering van het bezette vliegveld. De aanval slaagde; Ypenburg werd heroverd maar in omringende boerderijen bleven nog een paar weerstandsnesten over. Mijn sectie werd aangewezen om die op te ruimen.

Ik kwam in stelling bij een boerderij, waar Duitsers zouden zitten. Ik lag op 400 meter schootsafstand. Ineens roept de luitenant die mij in stelling had gebracht: 'Duitsers! Duitsers! Wegwezen!' Ze sloegen als een gek op de vlucht om dekking te zoeken. Er kwamen drie Duitsers om de hoek, ik schoot er één neer en die twee anderen gaven zich over. Daarna hebben we het vuur geopend op die boerderij. Ineens zagen we burgers naar buiten komen, dus toen was het: stop, stop, stop! Het droeve was dat een van de eerste granaten in de kelder was gevallen en een vrouw en baby doodde.

Daarbij sta ik wel stil tijdens de herdenking. Het achtervolgt me niet hoor. Het was niet te vermijden, maar droevig blijft het wel. Je denkt ook aan gesneuvelde kameraden.

Op 14 mei, de laatste oorlogsdag, stonden wij in stelling bij Overschie. Op minder dan tien kilometer zagen en hoorden wij het bombardement op Rotterdam. Veel van de kanonniers woonden in deze stad. Zij lieten zich hierdoor niet beïnvloeden en bleven met grote kalmte en nauwkeurigheid de opgedragen beschietingen uitvoeren. Bij elke herdenking komt de houding van deze mensen met eerbied in mijn gedachten.

Ik ga al sinds jaar en dag naar de Grebbeberg. Het opvallendst bij de laatste herdenking vond ik dat schoolklassen uit de omgeving van de Grebbeberg een krans legden, zelfs basisscholen. De oorlog leeft bij jongeren. Het gaat mij erom dat er herdacht wordt. Als de oorlog maar breed blijft leven, al realiseer ik me heel goed dat oudjes als ik daar niet eindeloos mee kunnen doorgaan.”

Wim Berkelaar

Terug