'Ten afscheid had ik zijn moeder toegezegd goed op hem te zullen letten'
Pim de Bruyn Kops
Engelandvaarder Pim de Bruyn Kops (1922) werd vlieger bij de RAF. Zijn vriend Oscar de Brey meldde zich bij de inlichtingendienst. Oscar werd het laatste slachtoffer in het Englandspiel.
"Ik zat in 1940 op het Nederlandsch Lyceum in Den Haag. Het werd daar
als vanzelfsprekend aangenomen dat je naar Engeland zou trachten te
ontkomen om Nederland te bevrijden. Uiteindelijk zijn meer dan veertig
van deze leerlingen Engelandvaarder geworden.
Met Govert van den
Bosch en Frederik Trip, twee vrienden van het Lyceum, en Oscar de Brey,
die iets ouder was dan ik en al in Delft studeerde, besloten we per
boot de overtocht te wagen. We kochten een aantal opvouwbare kano's die
we verstopten de duinen bij Katwijk. Het plan viel in duigen toen onze
kano's door de Duitsers gevonden werden. In de oliekleding die klaar
lag voor de overtocht hadden ze de naam van Oscar aangetroffen. Bij de
inval in zijn huis kon hij nog net ontvluchten. We besloten de reis
maar over land naar Spanje te maken, want naar Engeland gingen we. De
andere twee zouden later gaan.
Op 29 november liepen Oscar en ik door een bos onder Eindhoven België
binnen. In het vrije Vichy Frankrijk ging alles veel moeilijker. Na
acht maanden konden we de Spaanse vrijheid per trein bereiken. Wij
scheepten ons half juli in Bilbao met enkele tientallen
Engelandvaarders en Spaanse landverhuizers in. Via Curaçao, New York en
Canada kwamen we voor Kerstmis 1942 in Engeland aan.
Zodra we konden, reisden Oscar en ik naar Londen waar wij ons zonder
veel kennis van zaken aanmeldden bij de inlichtendienst. Na de
gebruikelijke thee-ontvangst voor nieuwe Engelandvaarders bij H.M. de
Koningin werden wij door de Adjudant van H.M. naar ons hotel
teruggebracht. Onze toekomstplannen bevielen hem niet. Zijn opmerking:
"Ik geloof niet dat dat zo'n goed idee is", was voor mij een reden om
zo snel mogelijk bij inlichtingen weg te gaan. Ik had eerder al mijn
twijfels over de 'security' ter plekke.
Meerdere malen heb ik vergeefs geprobeerd Oscar te overtuigen dat hij
weg moest gaan bij de inlichtingendienst. Een maand hierna is hij
gedropt. Hij was het laatste slachtoffer van het 'Englandspiel'.
Ik had een opleiding voor vlieger bij de RAF aangevraagd en in januari
1945 werd ik bij het Nederlandse 320 Squadron geplaatst, dat
middelzware bommenwerpers vloog. De belangrijkste doelen waren bruggen,
rangeerterreinen, spoorlijnen en kruispunten. Dat was toen een
moeilijke zaak en negen van de tien bommen lagen ernaast.
Het bombardement op het Bezuidenhoutkwartier in Den Haag is daar een
typisch voorbeeld van. Bij de voorbereiding van de vlucht zei de baas
waar de bommen moesten vallen: op het kruispunt Haagse Bos - Laan van
NOI - en ik dacht nog hoe ik daar vroeger naar school fietste. Na de
bombing-run keek ik over m'n linkerschouder en zag ik dat de volledige
bommenlast op het Bezuidenhout was neergekomen. Vreselijk. Direct
wisten we dat hier iets totaal verkeerd was gegaan, maar dat het ons
niet aangerekend kon worden. Een inlichtingenofficier die de verkeerde
coördinaten van het doel had gegeven was er de oorzaak van. Achteraf
hoorde ik dat ook mijn pleegvader de dood in dit bombardement had
gevonden.
Weken na het einde van de oorlog hoorde ik pas dat Oscar de Brey in
Mauthausen was vermoord. Veel makkers ontvielen mij tussen 1940 en
1945, maar geen was er zoals Oscar. Zijn moeder had ik toegezegd op hem
te letten. Oscar weet 't, ik heb gedaan wat ik kon.
Mark Pier
