De Duitsers vielen Nederland binnen op 10 mei 1940 en bezetten het land
in 4 dagen. Nederlandse militairen die het bezette gebied ontvlucht waren verzamelden zich Engeland en maakten samen met de koopvaardij deel uit van de geallieerde oorlogsinspanning. Vanaf januari 1942 richtten de Japanners hun aanval op
Nederlands- Indië. Op 8 maart 1942 moesten
de strijdkrachten capituleren. De niet-inheemse militairen moesten als krijgsgevangenen werken aan onder meer de Birma-Siam spoorlijn.
Militairen in Europa en Koopvaardij
Het Nederlandse leger werd in augustus 1939 gemobiliseerd vanwege de steeds
sterker wordende oorlogsdreiging. De landmacht en de marine beschikten samen
over 280.000 man. Dit leger bleek niet opgewassen te zijn tegen de Duitse
overmacht. De Duitsers vielen Nederland aan op 10 mei 1940 en wisten het land
in 4 dagen te bezetten. Op 15 mei werd de capitulatie getekend. 2200
Nederlandse militairen sneuvelden, 6000 raakten gewond en 20.000 werden krijgsgevangen
gemaakt en naar Duitsland afgevoerd. Hoewel zij spoedig naar huis terugkeerden,
leidde de hernieuwde krijgsgevangenschap in 1943 tot grote stakingen en onrust.
Nederlandse militairen die het bezette gebied ontvlucht waren verzamelden zich Engeland.
Zij maakten deel uit van de geallieerde oorlogsinspanning, soms bij Britse
onderdelen, maar ook bijvoorbeeld bij de Nederlandse Irene Brigade. Van de
Nederlandse krijgsmacht leden vooral de Koninklijke Marine en de koopvaardij
grote verliezen.
De Nederlandse koopvaardijvloot, waarvan de bemanning een vaarplicht had, leverde een belangrijke bijdrage aan de geallieerde oorlogvoering. 840 schepen waren betrokken bij onder meer de evacuatie van Duinkerken, de grote invasie van Noord-Afrika en de bevoorrading van de Verenigde Staten, Engeland, IJsland en Australië. Gezamenlijk hadden die schepen 18.000 bemanningsleden, waarvan 12.000 Nederlanders. Maarliefst 387 schepen zijn verloren gegaan en zo’n 3600 opvarenden vonden de dood.

Een bijzondere bijdrage werd geleverd door agenten die vanuit Engeland naar
Nederland werden gestuurd. Door verraad kwamen tijdens het Englandspiel
(1942-1943) de meeste uitgestuurde agenten om het leven. Tijdens de bevrijding
van Nederland namen veel leden van het verzet dienst bij de Binnenlandse
Strijdkrachten (om de orde te handhaven) of bij de Stoottroepen.
Geallieerden
De bevrijding van Nederland begon met operatie Market Garden (17 september
1944). Het zuiden werd bevrijd, maar de bevrijding van het noorden moest tot
voorjaar 1945 wachten. Bij de bevrijding van Nederland hebben 13.000
geallieerde militairen het leven verloren (met name Britten, Canadezen,
Amerikanen en Polen).
Militairen Azië
In Azië waren het de Japanners, die vanaf januari 1942 hun aanval richtten op
Nederlands- Indië. De verdediging van Indië steunde vooral op de Koninklijke
Marine en het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het KNIL beschikte
over 68.000 grotendeels inheemse militairen; de hulpformaties bestonden uit
53.000 man. Na de verloren zeeslag op de Javazee op 27-28 februari 1942 moesten
de strijdkrachten op 8 maart capituleren.
Aan Nederlandse zijde sneuvelden 3000 militairen; 43.000 werden in
krijgsgevangenschap afgevoerd. De niet-christelijke inheemse soldaten werden
snel vrijgelaten; de overige krijgsgevangenen werden tewerk gesteld bij onder
meer de aanleg van de Birma spoorweg (waarbij 3000 van de 18.000 krijgsgevangen
omkwamen) of de Pakan Baroe spoorlijn op Midden-Sumatra.
Toen de werkzaamheden aan de Birma spoorlijn gereed waren, bracht men een
aantal krijgsgevangenen over naar Japan waar ze in havens, fabrieken en
kolenmijnen moesten werken. Op overvolle schepen vervoerden de Japanners hun
gevangenen naar de verschillende bestemmingen. De geallieerden die niet wisten
dat er gevangenen aan boord waren, brachten een aantal van deze schepen tot
zinken. Hierbij verloren duizenden het leven.
Militairen na 1945
Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 ontstond een machtsvacuüm in
Nederlands- Indië. De Indonesische nationalisten maakten hier gebruik en riepen
de Republik Indonesia uit. Pas eind november 1946 was er weer een grote
Nederlandse militaire aanwezigheid in Indië, die grotendeels uit
dienstplichtigen bestond. Aangezien een politieke oplossing uitbleef ging
Nederland over tot twee grootschalige offensieven, de Eerste en Tweede
Politionele actie. Op aandringen van de Verenigde Staten werd eind 1949 de
soevereiniteit over de Archipel aan Indonesië overgedragen. Een uitzondering
gold voor Nederlands Nieuw-Guinea, dat Nederland echter na een gewapend
conflict met Indonesië in 1962 alsnog moest afstaan.
Sindsdien heeft het Nederlandse leger zich ingezet in het kader van
vredesoperaties van de Verenigde Naties, de NAVO en de OVSE, in onder meer Libanon, Bosnië en Afrika. Door de aard
van de opdracht die militairen hebben te vervullen vallen in oorlogssituaties
doden en gewonden. Men spreekt dan ook niet van slachtoffers maar van
verliezen. Het diepe bewustzijn hiervan maakt dat militairen solidair blijven
met de gesneuvelden en zich bekommeren om de gewonden. Bij de Nationale
Herdenking op 4 mei worden alle omgekomen militairen, ook de gevallenen van na
1945, herdacht.