Herdenken - Getuigenverhaal-detail

'Herdenken wil ik graag omzetten in iets doen'

Leo de Waal

In mei en juni 1942 werden door de bezetters ruim twaalfhonderd mannen als gijzelaar opgepakt, waaronder veel vooraanstaanden. Leo de Waal (1919) behoorde bij de jongsten. Hij zweeft van de ene herdenkingsgedachte naar de andere, met als vast patroon de vrienden en bekenden die zijn omgekomen.

“Eind oktober 1940 deed ik kandidaatsexamen economie en daarna ging ik werken in Amsterdam. Al snel na mei 1940 werd de Nederlandse Unie opgericht, met als doel het behouden van het Nederlandse volkskarakter. Men wilde na de bezetting goed opgeleide mensen in kunnen zetten in kaderfuncties. Ik organiseerde als actoef lid lezingen over mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. In die tijd wilden we voorkomen dat de maatschappij na de bezetting nog zo verzuild zou zijn.

Na de Februaristaking in 1941 ging ik op zoek naar een mogelijkheid actiever verzet te plegen, maar voordat ik iets vond werd ik opgepakt. Ik kan dus niet zeggen dat ik een held ben geweest. Wij waren 'präventiv Geiseln'. Wij zaten gevangen in de gebouwen van de katholieke seminaries van Haaren en Beekvliet bij Sint Michielsgestel. Met achttien man zaten we in een oud leslokaal met stapelbedden. De toiletaccommodatie was primitief en het stonk er.

Al gauw werd er een volksuniversiteit opgezet met een uitgebreid cursusprogramma om de verveling tegen te gaan. Ik keek niet op tegen al die prominenten. Er waren corveediensten, er werd gehockeyd en gevoetbald en er waren bonte avonden. Zo ontstond een geheel eigen wereldje. Ik kon de gevangenschap goed verdragen, maar sommigen zag ik wegzakken in wat tegenwoordig een depressie heet. Voor mij was deze anderhalf jaar toch zo leerzaam dat ik er niet alleen met bitterheid op terugkijk.

Al na een maand werden er vijf mensen gefusilleerd, een represaillemaatregel. Het was een enorme schok en velen kregen het gevoel dat het ook hun lot had kunnen zijn. De tweede fusillade, van drie mensen een maand later, viel rauw op ons dak. Ze lieten het niet bij één keer als afschrikwekkend voorbeeld! Langzamerhand zagen de Duitsers het nut van het kamp echter niet meer in. Kerst 1943 werd ik samen met een grote groep vrijgelaten.

de_waal_1.jpgSoms dwalen mijn gedachten naar de Rotterdamse bombardementen waar ik middenin zat, een andere keer naar de ellende rond Arnhem waar ik de hulpopvang opzette als Rode-Kruisman voor de Stichting Volksherstel. Dan zweef je van de ene gedachte naar de andere. Als vast patroon heb ik de namen die ik heel bewust noem. Joop mijn broer, Max en Jaap, mijn middelbare schoolvrienden die tijdens de meidagen sneuvelden, de gijzelaars en alle mensen die vanwege het verzet ook zijn omgekomen, zoals een jaargenoot en een vriend van mijn broer.

Vanaf 1946 organiseert het Comité Oud-Gijzelaars reünies in Goirle. Ik heb lief en leed van die gemeenschap meegemaakt, dus wil ik die periode ook herdenken. Ook herdenken wil ik graag omzetten in iets doen. Namens de gijzelaars mocht ik twee keer een krans leggen op de Dam. Dat daar elk jaar weer zo'n grote gemengde groep uit eerbied komt, geeft een geweldig gevoel van steun. Tegelijkertijd overvalt mij ook bitterheid als ik denk aan Bosnië, Kosovo, Afrika. Tijdens die gijzelaarstijd filosofeerden wij hoe het later beter zou kunnen worden, maar we leren het ook nooit.

Thuis kan ik ook goed herdenken. Die twee minuten stilte ga ik staan, voor de televisie. Maar ergens naar toe gaan geeft een extra concentratie. Er gebeurt toch iets als je zacht pratend wacht op het moment van stilte, samen staande de stilte deelt, de ontlading voelt tijdens het Wilhelmus, eventueel een krans legt of een toespraak houdt. Op dat moment beleef ik weer even wat ik en anderen hebben meegemaakt.”

Corinne A. Falch

Terug