Na de oorlog liet je niet weten wat je had gedaan, dat hoorde niet'
Gijs Roukema
Gijs Roukema (1923) was student theologie en treinde met koffers vol bonkaarten door Nederland. In kringen van de LO/LKP was herdenken nooit zo'n issue; je had je plicht gedaan.
'Ik was zeventien toen de oorlog begon. Bij het eindexamen aan het
Gereformeerd Gymnasium in Kampen, zei rector Roelof Dam: "Jongelui,
jullie weten dat er een totalitaire oorlog gaande is en ik wens na de
oorlog niet te horen dat je niet vooraan hebt gestaan." Die man heeft
een sterk stempel op mijn leven gedrukt.
Mijn broer stond aan de
wieg van de knokploegen en dominee Frits Slomp, de oprichter van de
LO/LKP (landelijke hulp aan onderduikers en landelijke knokploegen),
was een huisvriend. Ik kwam bij het Centraal Distributie Kantoor, dat
zorgde voor overvallen op distributiekantoren en voor de verspreiding
van buitgemaakte bonkaarten over heel Nederland. Het was een
administratieve functie, maar toch vol gevaar omdat ik altijd in de
trein zat. Bijvoorbeeld om drie koffers vol bonkaarten naar Amsterdam
te brengen.
Als ik personen herdenk, zijn dat mijn voorganger Ton Sleurink en mijn
opvolger Dick van Wijk. Beiden zijn gevangengenomen en om het leven
gebracht.Ik ga altijd in september naar onze eigen reünie van de
Stichting Herinnering LO/LKP. Dan gaan we naar een plek die met ons
oorlogsverleden te maken heeft, zoals het concentratiekamp Vught. Bij
de kranslegging staan we er met een man of acht, met een gevoel van
oude-maten-onder-elkaar. We voelen dan een sterke verbondenheid.
Herdenken is in onze kring van het LO/LKP niet erg gepropageerd. Daar
hebben we wel eens spijt van. Het hoorde na de oorlog niet dat je liet
weten wat je had gedaan. We deden alleen maar wat we behoorden te doen,
was de opvatting. Wat er is gebeurd, hebben we te boek gesteld voor de
families van de overledenen. In dit gedenkboek werden alleen de
gesneuvelden herdacht. Onderscheidingen voor het verzetsverleden zijn
eigenlijk ook 'not done'. Het verzetskruis mocht alleen postuum worden
aanvaard.'
Jonnie Zaat
