Illegale kranten en
bonkaarten verspreiden en geallieerde piloten over de grens smokkelen: allemaal activiteiten waar oud-verzetstrijders zoals Joke Folmer, Gijs Roekema en Henk Toby zich tijdens de oorlog mee bezighielden. Jehova’s Getuige Jo Wildschut, Sinti-vrouw Lili Franz en Joodse Lenie Boeken-Velleman en Ernst Verduin vertellen hoe ze vaak meerdere concentratiekampen
hebben overleefd. Na de oorlog keerden veel van hun familieleden niet meer
terug. De beschutte kinderwereld van Berdine van Leeuwen stortte in door een bombardement. Klaas Touber vertelt hoe het was om dwangarbeider te zijn. Voor veel geïnterviewden is de oorlog nog altijd heel dichtbij. De verwerking
ervan heeft tientallen jaren gekost. Sommigen gaan terug naar de kampen waar ze in gezeten hebben.
Lees de getuigenverhalen
Veel oud-verzetsmenen en mensen die in concentratiekampen hebben gezeten hadden na de oorlog behoefte aan contact met lotgenoten. Vanuit die verbondenheid is een groot aantal eigen organisaties ontstaan. De
meeste organisaties hebben tot doel om:
- de
herinnering levend te houden aan wat gebeurd is en aan de omgekomen
slachtoffers, in sommige gevallen door middel van een monument
- de
belangen van de leden te behartigen
- de
strijd aan te gaan tegen racisme vandaag de dag
- het
onderlinge contact in stand te houden.
Ga naar de lijst van organisaties