Marga Minco - Een sprong in de tijd (2008)
Marga Minco schreef in 2008 de 4 meilezing, getiteld Een sprong in de tijd. Minco werd geboren in een orthodox Joods gezin. Tijdens de oorlog werden haar ouders, broer en zus weggevoerd. Marga overleefde als enige. Zij is de auteur van een klein maar veelgelezen oeuvre, waarin de Duitse bezetting en het toeval van het overleven steeds terugkerende thema’s zijn.
Een sprong
in de tijd
Op een dag als deze, moet ik, al meer dan een halve eeuw lang, terugdenken aan de dag van 4 mei 1940, toen ik, nog jong en onbezwaard, tegelijk met mijn vader de deur uitging.
Het was een zaterdag en zoals gewoonlijk begaf mijn vader zich dan in alle vroegte naar de synagoge en die ochtend vergezelde ik hem naar het centrum van onze toenmalige woonplaats Breda.
(…..)
Ik liep nog mee tot aan de hoek van de Schoolstraat, die mijn vader, met het vooruitzicht een mooie dienst te kunnen bijwonen, opgewekt insloeg. Ik keek hem na. Recht en fier stapte hij door het smalle straatje en ging aan het eind, via een zijingang, de synagoge in.
Die morgen, herinner ik me, ben ik naar de Grote Markt gelopen om bij de Bredasche Courant langs te gaan, waar ik sinds anderhalf jaar op de redactie zat.
Ik ben voor het pand blijven staan om te kijken naar het bord dat achter het bureauraam hing. De avond tevoren had ik er met een krijtje het laatste telexbericht opgeschreven. ‘Op militair gezag zijn 21 personen gearresteerd, omdat zij voor de rust en veiligheid van ons land gevaarlijk worden geacht.’
Nog geen tien dagen later werd Breda geëvacueerd. Alle inwoners trokken naar de Belgische grens – een tocht die we te voet en onder begeleiding van rondvliegende kogels vanuit laag overscherende vijandelijke vliegtuigen aflegden. Ik dacht na mijn terugkeer mijn journalistieke werk op de redactie weer te kunnen opvatten.
Maar ik werd ontslagen. Een snellere maatregel ten aanzien van het jodenvraagstuk in die eerste dagen van de bezetting was nog niet getroffen.
Ik was als joodse verslaggeefster niet langer op de redactie gewenst.
(……)
In gedachten sta ik daar weer, op 4 mei 1940, voor het bureauraam van de Bredasche Courant, tevreden dat ik op het bord de woorden rust en veiligheid dik heb onderstreept.
Aan die rust en veiligheid heb ik de daaropvolgende jaren geregeld moeten terugdenken: aan de dagen waarop je je niet bedreigd hoefde te voelen en aan de massale vernietiging in de dodenfabrieken over de oostelijke grenzen die je voorstellingsvermogen te boven zou gaan.
Op een dag als vandaag, op deze vierde mei, zie ik die zaterdag in 1940 voor me, die zaterdag die nooit uit mijn geheugen is gewist, en die met het stijgen der jaren, in een altijd wisselende cadans – al naar gelang mijn stemming – me steeds levendiger voor de geest is blijven staan.
Op een dag als deze, moet ik, al meer dan een halve eeuw lang, terugdenken aan de dag van 4 mei 1940, toen ik, nog jong en onbezwaard, tegelijk met mijn vader de deur uitging.
Het was een zaterdag en zoals gewoonlijk begaf mijn vader zich dan in alle vroegte naar de synagoge en die ochtend vergezelde ik hem naar het centrum van onze toenmalige woonplaats Breda.
(…..)
Ik liep nog mee tot aan de hoek van de Schoolstraat, die mijn vader, met het vooruitzicht een mooie dienst te kunnen bijwonen, opgewekt insloeg. Ik keek hem na. Recht en fier stapte hij door het smalle straatje en ging aan het eind, via een zijingang, de synagoge in.
Die morgen, herinner ik me, ben ik naar de Grote Markt gelopen om bij de Bredasche Courant langs te gaan, waar ik sinds anderhalf jaar op de redactie zat.
Ik ben voor het pand blijven staan om te kijken naar het bord dat achter het bureauraam hing. De avond tevoren had ik er met een krijtje het laatste telexbericht opgeschreven. ‘Op militair gezag zijn 21 personen gearresteerd, omdat zij voor de rust en veiligheid van ons land gevaarlijk worden geacht.’
Nog geen tien dagen later werd Breda geëvacueerd. Alle inwoners trokken naar de Belgische grens – een tocht die we te voet en onder begeleiding van rondvliegende kogels vanuit laag overscherende vijandelijke vliegtuigen aflegden. Ik dacht na mijn terugkeer mijn journalistieke werk op de redactie weer te kunnen opvatten.
Maar ik werd ontslagen. Een snellere maatregel ten aanzien van het jodenvraagstuk in die eerste dagen van de bezetting was nog niet getroffen.
Ik was als joodse verslaggeefster niet langer op de redactie gewenst.
(……)
In gedachten sta ik daar weer, op 4 mei 1940, voor het bureauraam van de Bredasche Courant, tevreden dat ik op het bord de woorden rust en veiligheid dik heb onderstreept.
Aan die rust en veiligheid heb ik de daaropvolgende jaren geregeld moeten terugdenken: aan de dagen waarop je je niet bedreigd hoefde te voelen en aan de massale vernietiging in de dodenfabrieken over de oostelijke grenzen die je voorstellingsvermogen te boven zou gaan.
Op een dag als vandaag, op deze vierde mei, zie ik die zaterdag in 1940 voor me, die zaterdag die nooit uit mijn geheugen is gewist, en die met het stijgen der jaren, in een altijd wisselende cadans – al naar gelang mijn stemming – me steeds levendiger voor de geest is blijven staan.
Downloads
- Een sprong in de tijd (23,5 KB)
