Verslag Nationale Herdenking op de Dam 2011
Verbondenheid onder de 20.000 bezoekers stond centraal bij een ingetogen Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam. Verbondenheid die bleek uit de twee minuten stilte en de opluchting onder het publiek; dat we met elkaar de doden sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en vredesoperaties hebben kunnen herdenken.
Dat zeer veel mensen op de Dam ook de fakkelsticker op de jas had geplakt, bracht het onderlinge gevoel extra tot uitdrukking. Met het dragen van de fakkel gaven mensen aan niet alleen te herdenken maar ook te onderschrijven dat vrijheid kostbaar, kwetsbaar en niet vanzelfsprekend is.
,,Sommige wonden kan de tijd niet helen. Die horen bij ons, zijn deel van onze geschiedenis. Dat is wat ons op 4 mei samenbindt. We zijn verbonden in het verdriet over de doden. Maar we zijn ook verbonden in de vrijheid om aan hen te mogen denken.” Met deze woorden sprak Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer, de 20.000 bezoekers op de Dam toe tijdens de Nationale Herdenking. Die tevens gevolgd werd door 5 miljoen televisiekijkers die eerder konden luisterden naar het gedicht Trots van Esmée Hendriks, het lied Bloemen in de stilte en de 4 mei lezing Een eisprong in 1945 van Willem Jan Otten.
Diepe indruk maakten de mensen die kransen legden voor slachtoffers die werden herdacht. De krans voor de vervolgingsslachtoffers is gelegd door Mevrouw Ted Musaph- Andriesse, overlevende van Bergen-Belsen Zoni Weisz, die vanwege zijn Roma-Sinti achtergrond werd vervolgd in de Tweede Wereldoorlog. Voor het verzet door de heer Hemmes en mevrouw van der Ven. De krans voor de slachtoffers van Azië is gelegd door de heer Van Beek en de heer F. Tuhuteru. De aanwezigheid van de heer Tuhuteru was extra bijzonder omdat het dit jaar 60 jaar geleden is dat de Molukse gemeenschap naar Nederland is gekomen. De krans voor de militaire slachtoffers en de koopvaardij werd gelegd door de heren B. Schrama en A. Lock.
,,Sommige wonden kan de tijd niet helen. Die horen bij ons, zijn deel van onze geschiedenis. Dat is wat ons op 4 mei samenbindt. We zijn verbonden in het verdriet over de doden. Maar we zijn ook verbonden in de vrijheid om aan hen te mogen denken.” Met deze woorden sprak Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer, de 20.000 bezoekers op de Dam toe tijdens de Nationale Herdenking. Die tevens gevolgd werd door 5 miljoen televisiekijkers die eerder konden luisterden naar het gedicht Trots van Esmée Hendriks, het lied Bloemen in de stilte en de 4 mei lezing Een eisprong in 1945 van Willem Jan Otten.
Diepe indruk maakten de mensen die kransen legden voor slachtoffers die werden herdacht. De krans voor de vervolgingsslachtoffers is gelegd door Mevrouw Ted Musaph- Andriesse, overlevende van Bergen-Belsen Zoni Weisz, die vanwege zijn Roma-Sinti achtergrond werd vervolgd in de Tweede Wereldoorlog. Voor het verzet door de heer Hemmes en mevrouw van der Ven. De krans voor de slachtoffers van Azië is gelegd door de heer Van Beek en de heer F. Tuhuteru. De aanwezigheid van de heer Tuhuteru was extra bijzonder omdat het dit jaar 60 jaar geleden is dat de Molukse gemeenschap naar Nederland is gekomen. De krans voor de militaire slachtoffers en de koopvaardij werd gelegd door de heren B. Schrama en A. Lock.
