4meiOverlay

We waren eigenlijk van het begin af aan kansloos

Hans Hellendoorn (1918), Soesterberg - Utrecht

Het duurt maar kort. Van 10 tot 14 mei 1940. Een paar verkenningsvluchten voert Hans Hellendoorn (1918) uit boven de Grebbelinie en boven Rotterdam. Dan geeft Nederland zich over. Hellendoorn vertelt hoe ze in 1939 geen oorlog verwachtten, maar er wel op voorbereid wilden zijn. Nadat Nederland zich heeft overgegeven is hij verantwoordelijk voor het inzamelen van wapens. Nu is hij één van de drie vliegeniers die nog in leven zijn van de veertig die samen zijn opgeleid in de jaren dertig. Elk jaar komen ze bij elkaar bij de herdenking bij het Monument voor Gevallen Vliegers.

 

Productie: Interakt; tekst: Marleen Wegman-Qualm (redactie Checkpoint)


Waarnemersopleiding

Als zoon van een marine-officier wilde Hans Hellendoorn na zijn eindexamen in 1937 graag bij de marine. Hij werd afgekeurd en kwam in plaats daarvan bij de infanterie, mortiercompagnie nr. 23 in Kampen. Daar werden later vrijwilligers gevraagd voor de waarnemersopleiding in Soesterberg. Hellendoorn werd goedgekeurd. In de open toestellen die destijds in de militaire luchtvaart werden gebruikt was de waarnemer de commandant van het toestel. Hij zat achter de piloot, bediende de mitrailleur en was verder verantwoordelijk voor de fotografie, navigatie, bommen gooien, en dergelijke.

Verdediging van de Betuwe
"Als reserve tweede luitenant waarnemer moest ik me op 9 april 1939 melden op het vliegveld Gilze en Rijen. We maakten oriëntatievluchten en voerden opdrachten uit. Op de Harskamp oefenden we overboord schieten. We verwachtten geen oorlog, maar we wilden er wel op voorbereid zijn. Uiteindelijk werd mijn eenheid, de derde verkenningsgroep van het tweede luchtvaartregiment, verantwoordelijk voor de verdediging van de Betuwe, en wel de lijn Rhenen-Kesteren-Ochten."

Kansloos
"We waren eigenlijk van het begin af aan kansloos. Met moeite haalden we met onze Fokkertoestellen 280 kilometer per uur. De Duitse gevechtsvliegtuigen kwamen vol gas op 450 kilometer per uur. Dus daar konden we niet tegen op. Dat Nederland daadwerkelijk in oorlog was hoorden we van collega-vliegers. Er was een gebrekkige communicatie. Er gingen wel heel veel geruchten. Zo zou vliegveld Valkenburg al zijn ingenomen."

Nederlandse verkenningsvluchten
"De tweede oorlogsdag, 11 mei 1940, moesten we verkenningsvluchten uitvoeren boven de Grebbelinie. Vanaf Zeist vlogen we op zo'n honderd meter hoogte, over onze eigen troepen. Die troepen begonnen bij voorbaat te schieten en hebben vervolgens een eigen toestel neergehaald. De communicatie in die dagen was uitermate knullig. De dag daarna, 12 mei, werd een verkenningsvlucht uitgevoerd in de omgeving van Rotterdam om te kijken hoe het zat met de vijandelijke infanterie en artillerie. We hebben niets gevonden. Wel zijn er wat bommen afgeworpen op plaatsen waar stellingen zouden kunnen zijn."

Inleveren van wapens
"Op 14 mei 1940 werden nog verkenningsvluchten uitgevoerd, maar om vijf uur 's middags kwam het bericht dat de wapens moesten worden neergelegd. Daarna kregen we opdracht om alles te vernietigen. Even later werd dat weer ingetrokken, maar in de tussentijd waren een paar collega's 'm al gesmeerd, richting Zeeland en van daaruit naar Engeland. Ik was verantwoordelijk voor het inleveren van de Nederlandse wapens. Ik had een eigen wapen; dat heb ik gehouden en daarnaast heb ik nog een tweede wapen in m'n zak gestoken. Mijn eigen wapen is na de oorlog onwerkzaam gemaakt. Het tweede wapen heb ik, met munitie, aan het verzet gegeven. En ik weet dat met dat wapen later ook nog iemand is doodgeschoten."

Monument voor álle luchtvarenden
"We zijn nog maar met ons drieën over van onze waarnemersopleiding. Maar nog ieder jaar komen we bijeen bij het 'Monument voor Gevallen Vliegers' op de vliegbasis Soesterberg. Het is voor mij altijd een monument geweest voor alle luchtvarenden. En ik denk dat de meeste mensen in de militaire luchtvaart daar zo over denken. Het maakt niet uit of je een vlieger bent of een loadmaster of een monteur. Je werkt met z'n allen aan dezelfde klus."

We waren eigenlijk van het begin af aan kansloos