4meiOverlay

Verzet in gevangenschap

Frans van den Berg jr. (1931), Leusden - Utrecht

Het is 1940. Frans junior is 9 jaar. Op 10 mei wordt hij midden in de nacht wakker. Vliegtuigen komen over. Er wordt geschoten. Later valt de politie zijn ouderlijk huis binnen en wordt zijn vader meegenomen. Hij belandt in Kamp Amersfoort. De meeste gevangenen gaan naar vernietigingskampen. Maar Frans senior wordt als kok aan het werk gezet. Eerst voor de gevangenen, later ook voor de Duitse kampcommandant. Hij laat een kistje maken met een dubbele bodem. Zo brengt ‘Frans de kok’ eten naar de commandant en smokkelt hij geheime gegevens naar buiten.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Indrukwekkend
"Mijn ouders en ik woonden in Den Haag. Al in 1938 was ons duidelijk dat er iets ernstigs te gebeuren stond, want in het plantsoen van onze brede laan werden loopgraven gegraven. Voor de kinderen in de buurt overigens een mooie speelplaats. In de nacht van 10 mei 1940 maakte mijn vader me wakker. Er kwamen vliegtuigen over en er werd geschoten. Vanaf het balkon van onze woning zagen we ook de parachutisten op Ypenburg landen. Ik vond dat als kind van 9 jaar erg indrukwekkend."

Op slag dood
"Mijn vriendjes en ik wisten dat er op de Rijksweg naar Rotterdam vliegtuigen lagen. Neergestort of bij een noodlanding gecrasht. Wij gingen een kijkje nemen. Nergens was bewaking en we klommen in cockpits en schutterskoepels van Junckers JU52. We vonden munitie. Wat wisten wij daar van? Mijn vriendje Frans van Maastricht trok een ring van een handgranaat en was op slag dood. Mijn andere vriendje en ik werden naar het ziekenhuis gebracht om scherven te laten verwijderen. Op school moest ik als afschrikwekkend voorbeeld de klassen langs om de kinderen ervan te doordringen vooral niet met munitie te spelen. Ik zie het ongeluk nog voor me."

Mijn vader gearresteerd
"In 1941 werd mijn vader plotseling gearresteerd. 's Morgens om vier uur viel de Nederlandse politie onze woning binnen. Alles werd doorzocht, boeken, brieven, administratie. Mijn vader had zich als chef-kok in toespraken voor het personeel van Van Santen cateringbedrijf negatief uitgelaten over de Duitse bezetting. Enkele NSB-ers onder de collega's hadden dat doorgespeeld. Daar kwam bij dat mijn ooms van moederskant, de broers Kloostra, al vroeg actief waren in het verzet."

Fazant voor Berg

"Na enkele weken in de gevangenis van Scheveningen kwam mijn vader in kamp Schoorl terecht. Van daaruit werden de meesten doorgestuurd naar de vernietigingskampen in Duitsland, maar in het nieuwe Kamp Amersfoort had men een goede kok nodig. Dat is mijn vaders behoud geweest. Hem werd in Kamp Amersfoort de leiding over de voedselvoorziening van de gevangenen opgedragen. Dat werd wel steeds moeilijker. Met de middelen die ze hem verschaften kon hij op den duur voornamelijk slechte soepjes maken. Op een bepaald moment kreeg hij de opdracht voor commandant Berg fazant klaar te maken. Mijn vaders gerecht beviel Berg zo goed, dat mijn vader voortaan vaker maaltijden voor hem moest bereiden. Hij zou daarvoor alle benodigde attributen krijgen."

Het smokkelkoffertje

"In de houtbewerkingafdeling liet mijn vader een kistje maken met een schuifluikje. Daarmee bracht hij het eten vanuit de keuken door de bewaakte uitgangspoort naar het kantoor van de commandant in het SS-kamp. De bewakers gluurden elke keer in het kistje en maakten opmerkingen - 'hij schranst er goed van' - over het eten van de commandant. Mijn vader meldde dit aan Berg en vanaf dat moment hing een pamflet in de wachtpost. Daarop stond dat het de bewaking ten strengste verboden was in het kistje van gevangene Frans van den Berg te kijken. Sindsdien kon het kistje met dubbele bodem dienst doen als smokkelkoffertje."

Klachten

"Mijn vader kon zich vrij bewegen in het SS-kamp, voor overleg met de kampleiding over de bevoorrading van het gevangenenkamp. Hij had ook vrij toegang tot de Rode Kruispost. Op zeker moment had mevrouw Van Overeem - na overleg met mijn vader - bij de Duitse leiding in Den Haag geklaagd over de voedselvoorziening en gezondheidssituatie in Kamp Amersfoort. Dit bericht werd bevestigd door klachten uit werkkampen in Duitsland over de gezondheid van gevangenen die afkomstig waren uit Amersfoort. Vervolgens moest mijn vader met de Lagerältester Joep Scholz uitleg in Den Haag verslag doen. Hij bevond zich in een moeilijke positie, want wilde niet door Berg en Kotälla* ter verantwoording geroepen worden. Hij presenteerde de situatie zo dat deze door alle Duitse leidinggevenden geaccepteerd werd en de voedselvoorziening iets verbeterde."

Fecaliën
"Mijn vader zorgde voor extra eten als mensen ziek waren. Op een bepaald moment heerste op grote schaal dysenterie. Heel veel gevangenen waren ziek of overleden. Er was grote behoefte aan medicijnen, maar die kwamen niet. In overleg met de artsen kwam mijn vader in het bezit van fecaliën van besmette zieken. Hij zorgde ervoor dat bacteriën terechtkwamen in het eten in het SS-bewakingskamp, waardoor dat hele kamp ook plat ging met dysenterie. Toen kwamen er wel geneesmiddelen voor de gevangenen. Als men daar achter was gekomen, zou hij onmiddellijk gefusilleerd zijn."

Via het kistje
"In ons huis in Den Haag vonden regelmatig invallen plaats, waarbij de Duitsers hoopten mijn ooms te vinden. Mijn moeder was dit zat en wij verhuisden naar een pension in Hilversum. Met zijn etenskistje was mijn vader in staat om via diverse kanalen brieven van gevangenen het kamp uit te krijgen. Zo ontving mijn moeder brieven van mijn vader. Ook belangrijke verzetsinformatie van gevangenen - bijvoorbeeld over wie hen verraden had - vond via het kistje een weg naar het verzet buiten het kamp. Mijn vader vond op het bureau van Berg de namen van 49 mannen die waren gefusilleerd als vergelding voor de aanslag op hogere SS-man Rauter in juni '43, en speelde de namen door aan het Rode Kruis. Na de oorlog konden deze mensen geïdentificeerd worden."

Een hand
"Op 1 of 2 januari 1945 mochten mijn moeder en ik op bezoek bij mijn vader, die toen al bijna vier jaar gevangen zat. Het was een emotioneel weerzien. We werden ontvangen door de beruchte Kotälla. Ik moest hem een hand geven. Later realiseerde ik me pas wie hij was. Mijn vader was op dat moment nog woedend over een Duitse zuippartij en mishandeling van gevangenen van de dag ervoor, waarbij veel doden en gewonden waren gevallen."

Onderduiken

"Op 19 april 1945 werd het kamp door General der Polizei Schöngarth van de Duitse leiding in Den Haag overgedragen aan mevrouw Van Overeem van het Rode Kruis. Berg en Kotälla vluchtten op 20 april richting het westen. Mevrouw Van Overeem wist dat dit stond te gebeuren. Zij had de indruk dat de Duitsers mijn vader wilden meenemen of executeren, omdat hij zoveel had meegemaakt. Hij dook onder in barak 9, waar onder een kachel een schuilplaats gemaakt was. Wij kregen op 4 mei bericht van mijn vader 'kom maar naar Amersfoort toe, het is voorbij'."

Luid de bel
"In de avond van 4 mei vond de hereniging plaats. Eerder had mevrouw Van Overeem de 475 gevangenen gewaarschuwd niet naar huis te gaan omdat het nog te gevaarlijk was. Zij beloofde er met 'Frans de kok' voor te zorgen dat iedereen goed te eten zou krijgen. Om tien uur 's avonds kwam het bericht dat de Duitsers op 5 mei 8.00 uur de overgave zouden ondertekenen. Vanaf 19 april was de gehate appelklok niet meer geluid. Nu zei mevrouw Van Overeem tegen mij: 'Fransje, luid jij de kampbel maar'. Het signaal dat het voorbij was. Gevangenen kwamen juichend naar buiten. Een feest. Een geweldige ervaring."

Kleinveld en zijn mannen
"Op 7 mei arriveerden de Canadezen met hun tanks bij het kamp. De Duitsers zaten opgesloten in West-Nederland. Gerrit Kleinveld was een verzetsman die in Amersfoort ter dood veroordeeld was. Hij is er als enige erin geslaagd uit de bunker te ontsnappen. Kleinveld en zijn mannen van de P.R.A. (Politieke Recherche Afdeling) slaagden erin Berg en Kotälla te arresteren in de gevangenis in Amsterdam. Zij hadden hun SD-uniformen omgeruild voor Luftwaffe-uniformen en hoopten zo niet herkend te worden. Berg en Kotälla werden naar Kamp Amersfoort overgebracht en hebben moeten aangeven waar fusillades hadden plaatsgevonden."

Kroongetuige

"Wij zijn nog drie maanden in het kamp gebleven. Mijn vader bleef koken voor de zieke en uit de Duitse concentratiekampen terugkerende gevangenen. Mijn moeder assisteerde het Rode Kruis. Ik heb meegemaakt dat de Duitsers hun wapens bij de Canadezen inleverden. Bij de schietbaan zag ik dat lichamen opgegraven werden. Mijn vader was één van de kroongetuigen in de processen tegen Berg en Kotälla. Hij was na de oorlog erg in zichzelf gekeerd. Te veel gezien en te veel meegemaakt."

Gedenkplaats Kamp Amersfoort

"Ik ben blij dat het voormalig Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort een gedenkplaats is geworden. Gerrit Kleinveld zorgde ervoor dat ik tijdens de jaarlijkse herdenking op 19 april een aantal keer de kampklok mocht luiden. Voor mij een grote eer. Door Cees Biezeveld (toenmalig directeur Herinneringscentrum Kamp Amersfoort) is het nu traditie geworden. Het is elke keer een emotioneel moment. 'Dat is de zoon van Frans de kok', hoor ik mensen fluisteren. Ik ontmoet mensen die mijn vader hebben gekend. Ik ben trots op wat ze over hem vertellen."

* Kotälla was waarnemend commandant. Hij was berucht om zijn harde optreden.

Verzet in gevangenschap