Tilburg, 'Indië-monument' - Nationaal Comité 4 en 5 mei

Herdachte groepen: Militairen in dienst van het Ned. Kon. na 1945
Ontwerper: Ir. André M. Doevendans (02-06-1927)
Onthulling: 19 mei 2001
Adopteer dit monument.

Tilburg, Indië-monument (foto: Stichting Vrienden van het Indië Monument te Tilburg)
Tilburg, Indië-monument (foto: Stichting Vrienden van het Indië Monument te Tilburg)
Plaquette Indië-monument (foto: Stichting Vrienden van het Indië Monument te Tilburg)
Informatie plaquette Indië-monument (foto: Stichting Vrienden van het Indië monument te Tilburg)
Linker panelen Indië-monument (foto: Ad Smulders)
Rechter panelen Indië-monument (foto: Ad Smulders)

Het monument

Vorm en materiaal
Het 'Indië-monument' in Tilburg is een crèmekleurig Indisch huisje van beton met een roodbruine randbalk. Het object is geplaatst op een bordes van geglazuurde, paarse bakstenen, voorstellende een Indische veranda. In de nissen van het huis zijn acht bronzen panelen aangebracht. In het midden bevinden zich drie bronzen plaquettes. Op de bovenste plaquette is de kaart van Indonesië, het wapen van Tilburg en de kaart van Nederland aangebracht. De middelste plaquette toont het Ereteken voor Orde en Vrede, bestaande uit een helm, een zwaard en een palmtak. Aan de voorzijde van het huisje is een bloemenbak geplaatst. Het gedenkteken is 1 meter 95 hoog, 5 meter 40 breed en 80 centimeter diep.

Tekst
De tekst op de onderste plaquette luidt:

'MET RESPECT HERDENKEN WIJ DE
IN NEDERLANDS - OOST - INDIË
OMGEKOMEN TILBURGSE MILITAIREN'.

Op de acht panelen zijn de namen en de geboorte- en sterfdata aangebracht van zestig Tilburgse soldaten die tussen 1945 en 1962 in het voormalige Nederlands-Indië zijn gesneuveld.

Symboliek
Het monument geeft op symbolische wijze weer dat de jongemannen die in het voormalige Nederlands-Indië sneuvelden, na vijftig jaar weer thuis zijn. De bloemenbak verbeeldt de veranda, waar het tropische leven van alledag zich afspeelde. Het Ereteken voor Orde en Vrede is een onderscheiding die Nederlandse soldaten ontvingen voor hun inzet in het voormalige Nederlands-Indië. De palmtak is een teken van vrede en het zwaard duidt op weerbaarheid.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het 'Indië-monument' in Tilburg is opgericht ter nagedachtenis aan zestig Tilburgse militairen die tijdens de politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië zijn gesneuveld.

Oprichting
De oprichting was een gezamenlijk initiatief van de Vereniging Oud-Militairen Indiëgangers, afdeling Noord-Brabant Oost en Werkgroep Gedenkteken Indiëgangers Tilburg.

Onthulling
Het monument is onthuld op 19 mei 2001 door mevrouw M. Spoor-Dijkema (weduwe van generaal S.H. Spoor). Bij de plechtigheid waren circa 700 nabestaanden en (oud-) militairen aanwezig.

Bronnen

  • Gemeente Tilburg;
  • Stichting 'Vrienden van het Indië Monument Tilburg';
  • Heemkundekring 'Tilborch';
  • Limburger Plus van 21 mei 2001.

Meer informatie
Voor meer informatie en/of aanmelding voor de digitale nieuwsbrief: indiemonument.tilburg@gmail.com.

Herdenking

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Een inhaalslag op het verleden

Peter Knegtel, Tilburg - Noord-Brabant

Een Indisch huis dat je omarmt en bescherming biedt. Dat is het Indië-monument in Tilburg. Met daarop de namen van zestig Tilburgse soldaten die in Nederlands-Indië zijn omgekomen. Waarom pas in 2001 opgericht? Eén van de initiatiefnemers, Peter Knegtel (1926): "Te snel voegden we ons in een samenleving die er weinig over wilde horen. Achteraf voelden wij ons als veteranen schuldig dat we geen eerbetoon voor de gevallen kameraden hebben georganiseerd."

door Alex Bakker

Orde en vrede herstellen
"Als ik bij het monument ben, denk ik altijd aan Harry Ruts, die zat bij mij op school. En aan Johan Kerstiëns, mijn neef. En natuurlijk ook mijn eigen herinneringen. In 1946 ben ik op de boot gegaan. Ik was twintig jaar oud en dienstplichtig, ik ging dus niet als vrijwilliger. We hoorden de verhalen van Nederlanders die in kampen waren opgesloten door de rebellen en dat trokken we ons aan. Daarom geloofde ik in de oproep dat wij de orde en vrede moesten herstellen. We waren als jongeren destijds veel gezagstrouwer dan jongeren van nu."

Ik mag me gelukkig prijzen
"Voor mijn vertrek heb ik tegen mijn ouders gezegd: 'Ik vind het niet erg als ik niet terugkom. Maar ik vind het wel erg als ik zonder arm of been terugkom.' Vier jaar lang heb ik er gezeten, zelfs nog na de officiële onafhankelijkheid van Indonesië. We hadden een Brabants bataljon met een clubje Amsterdammers. Ik heb in die jaren weinig nare dingen meegemaakt. Wat dat betreft mag ik me gelukkig prijzen. De excessen van Nederlandse kant waarover later zoveel te doen is, die heb ik niet meegemaakt. Excessen zijn er altijd en overal, in elke oorlogssituatie, denk ik."

Complex
"Op politiek niveau is het natuurlijk een complexe geschiedenis. Achteraf moet je de vraag stellen: waarvoor zijn wij daar naar toe gestuurd? Uiteindelijk bleek dat wij nooit konden voldoen aan onze opdracht: Indië weer 'op orde krijgen'. Daarvoor was de druk vanuit het buitenland te groot, en Nederland te zwak. Of je het nou eens bent met de politionele acties of niet, het blijft een feit dat dit de missie was waarvoor je als militair werd uitgezonden. Dat wij als veteranen bij terugkeer de kous op onze kop kregen, was daarom zuur. Sommige van onze jongens reageerden boos: 'We zijn verraden!' Anderen legden zich erbij neer dat ze niet glorieus werden ingehaald, zoals de Canadese bevrijders. Tja, hoe ga je met zoiets om? De jongens die geestelijke of lichamelijke schade hadden opgelopen waren het meest opstandig. Dat lijkt me logisch."

Aan hun lot overgelaten
"Ik vond het vooral heel raar om na vier jaar weer thuis te komen. We werden voor de deur afgezet, kregen 75 gulden om een net sollicitatiepak te kopen en verder was het: 'je redt je maar.' Dat was onaangenaam en koud. Ik ben door hard te werken stapje voor stapje een eigen zaak begonnen: een groothandel in cosmetica en kappersbenodigdheden. Het is me gelukt, gelukkig. Maar je kunt wel stellen dat de opvang destijds onder de maat was. Kijk, ik kon me goed redden en had het prima gehad in mijn overzeese oorlogsperiode, maar dat gold niet voor iedereen. Sommige jongens hadden echt een trauma en kampten met allerlei problemen. Omdat de samenleving totaal geen oog had voor de effecten van oorlog, en ook niet zo'n trek had zich met het drama van Indië bezig te houden, werden deze mannen aan hun lot overgelaten. Pas veel later, misschien pas wel de laatste jaren, is er besef gegroeid wat het inhoudt om veteraan te zijn. Ik hoop dat steeds meer mensen begrijpen wat het betekent om als militair uitgezonden te worden naar een oorlogsgebied, en je leven of je gezondheid op het spel te zetten."

Terugkijken deed je niet
"Begin jaren '90 kwam bij veel oud-Indiëgangers een sterke drang tot terugkijken op. Waarschijnlijk werd dit losgemaakt doordat ze met pensioen gingen. Dan gaan veel mensen nadenken over hun leven. Voor deze veteranen kwam daarbij dat zij hun herinneringen aan Indië hadden weggeduwd. Destijds, bij terugkeer, zat de maatschappij niet te wachten op hun verhalen. Veel Indiëgangers hebben nergens over gesproken en hebben de draad van hun leven weer opgepakt. Dat gold ook voor mij. Ik heb van 1947 tot 1950 in Nederlands-Indië gezeten en daarna vooral heel hard gewerkt. Terugkijken deed je niet."

Inhaalslag op het verleden
"Maar dat is veranderd. Overal in Nederland zijn de laatste tien jaar Indië-monumenten opgericht. Dit Indië-monument wil herinneren aan de zestig Tilburgse soldaten die tussen 1945 en 1962 in het voormalige Nederlands-Indië zijn gesneuveld. Eigenlijk is het monument een inhaalslag op het verleden. Wij voelden ons als veteranen schuldig dat we geen eerbetoon voor de gevallen kameraden hebben georganiseerd toen we destijds thuiskwamen, in 1950. We hebben ons te snel gevoegd in een samenleving die er weinig over wilde horen. En dat is achteraf niet goed geweest, denk ik."

Rustplaats thuis
"Daarnaast is het monument bedoeld om de gesneuvelde jongens en mannen alsnog een rustplaats in Tilburg te geven. Kijk, tegenwoordig wordt het stoffelijk overschot van een soldaat direct naar huis gevlogen zodat de familie de overledene thuis kan begraven. Toen bestond dat uiteraard niet. De familie kon dus vaak niet goed afscheid nemen. Nu is er in ieder geval een soort herdenkingsplek voor hen."

Ontwerp
"Architect en beeldend vormgever André Doevendans -zelf ook Indiëveteraan- heeft het monument ontworpen. Hij is helaas onlangs overleden. Het monument heeft geen traditionele vorm, maar is geïnspireerd op een Indisch huis. Het heeft een gebogen vorm, zodat het lijkt alsof het je omarmt en bescherming biedt. De panelen met de zestig namen kijken als het ware uit op Tilburg."

Succes
"Het heeft ons veel tijd gekost voor we de gemeente Tilburg hadden overtuigd dat het monument er moest komen. Maar nu is het een groot succes. Inmiddels heeft een school het monument geadopteerd. Er liggen altijd bloemen en er is nog nooit graffiti op gespoten. Iedereen was bang dat het een hangplek zou worden. Er moest anti-graffiticoating worden aangebracht. Maar we hebben nog nooit vandalisme gehad; het wordt keurig en met respect behandeld."

Een inhaalslag op het verleden

Persoonlijke bijdragen

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.