Naar overzicht
Naar overzicht
  • Het monument
  • Leg een bloem
  • Uw verhaal

Het monument

Vorm en materiaal
Het ‘Joods monument’ in Leeuwarden bestaat uit een zuil en een klaagmuur met twee zijbeuken. De zuil heeft de vorm van een mezoeza en is uit zeventien ringen opgebouwd. De bovenste ring is samengesteld uit vier tegels, de zestien andere ringen bevatten zes grote tegels. Voor de mezoeza zijn honderd keramische tegels aangebracht. Achter de zuil is een muur geplaatst, bekleed met zeshonderd keramische tegels. Het gedenkteken bevindt zich voor de voormalige joodse Dusnus-school. In de muur van dit gebouw zijn twee gedenkstenen gemetseld. De zuil is 4 meter 50 hoog. De muur is 15 meter breed. De zijbeuken zijn 4 meter 50 breed. Bij het monument bevindt zich tevens een Namenmonument. Dit monument is vervaardigd uit een glazen plaat met daarop de namen, leeftijd en plaats van overlijden van 544 Joodse inwoners van Leeuwarden.

Teksten
De tekst op de eerste gedenksteen luidt:

‘JOODSE SCHOOL
1886 – 1943’.

De bijbeltekst op de tweede gedenksteen luidt:

‘[Hebreeuws]
GENESIS 37:30
HET KIND IS ER NIET MEER’.

Op de muur is een tekst aangebracht die de absentielijsten van de joodse school weergeven; lijsten met namen van steeds meer afwezigen.

Op de voorzijde van de zuil staan fragmenten van de notulen van de laatste kerkenraadsvergadering op 8 december 1942 (tijdens Chanoeka). ‘Zoals het vergaderen van de kerkeraad is gestokt en het sterven van een joodse samenleving zich voltrok, zo loopt op het monument de tekst uit in een leegte. Maar die wordt wel gevuld. Met een Jodenster, een geel teken van afzondering en tenslotte van ondergang. Maar óók de Davidster, die in de vlag van Israël uitwaaiert over een eigen staat.’

Op de achterzijde van de mezoeza zijn de namen aangebracht van de straten waar de vroegere joodse bewoners eens woonden.

Symboliek
De gemeente heeft indertijd voor het ontwerp van Kees van Renssen gekozen: ‘Het heeft, zo luidde de beoordeling, een grote emotionele zeggingskracht en het is bovendien een specifiek herkenningspunt voor Leeuwarden met een duidelijke verwijzing naar de joodse gemeenschap in de Friese hoofdstad. Met de joodse school als achtergrond, maar nog meer als uitgangspunt heeft Kees van Renssen twee grote keramische tekens opgericht. Een horizontaal en een verticaal teken. Een teken van de teloorgang van de joodse samenleving èn een teken van hoop en toekomstverwachting boven de ondergang uit. […] Op het pleintje, voor de muur uit, staat het verticale teken, een mezoeza. Een totaal van 100 tegels voor de mezoeza, die het verhaal, zoals het op de muur is aangevangen, voortzet en voltooit en vervolgens naar de toekomst verlengt. Want het monument geeft een keramische en grafische samenvatting van de gebeurtenissen. De zijbeuk aan de Levissonstraat geeft de bezorgde tekst van de opperrabbijn uit april 1940 weer. De tegels op de muur verbeelden de late schoolgeschiedenis. En de mezoeza tekent het definitieve einde en een nieuw begin.’

Een mezoeza is een metalen kokertje dat volgens joods gebruik op de rechterdeurpost van woningen wordt geplaatst. ‘Een huis wordt eerst een joods thuis, wanneer dit kokertje zich aan de deurpost bevindt. Een mezoeza is meestal door de voorganger van de joodse gemeente, in aanwezigheid van het vereiste quorum van tien volwassen joodse mannen en onder het zeggen van een citaat uit de Thora, aan de deur bevestigd. […] In het kokertje bevindt zich een stukje opgerold perkament, waarop het Sjema’ Jisraël, de geloofsbelijdenis van het joodse volk. […] Aan de achterkant van het perkament is de godsnaam Sjaddai aangebracht. De (mede)klinkers van Sjaddai zijn bovendien de beginletters van Sjomer delatot Jisraël, te vertalen met Bewaak de poorten van Israël. Een mezoeza bergt gebod en gebed. Ze is symbool van het joodse huis, van een thuis.’

‘De mezoeza is ook een paspoort. Er zijn verhalen van kinderen, die geen huis meer hadden en geen goed en allen nog kleren, die ze droegen, en om hun nek aan een koordje een mezoeza. Ze mochten zo het land Israël binnengaan, zonder belemmering. Er was daar een huis voor hen.’

Wijzigingen
Het oorspronkelijke monument uit 1987 is op 14 oktober 2021 uitgebreid met een Namenmonument met daarop de namen van 544 Joodse Leeuwarders die in de oorlogsjaren in vernietigingskampen werden omgebracht. Het Namenmonument is ontworpen door Saskia van Montfort. Deze aanvulling is tot stand gekomen op initiatief van onder andere historicus Auke Zeldenrust, amateurhistoricus Halbe Hageman, Stichting Befrijdingsfestival Fryslân en de Joodse Synagoge in Leeuwarden.

De geschiedenis

Het ‘Joods monument’ in Leeuwarden is opgericht ter nagedachtenis aan de joodse medeburgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn gedeporteerd en omgebracht. Tevens wordt met het gedenkteken de joodse Dusnus-school in herinnering gebracht.

De Dusnus-school, vernoemd naar opperrabbijn B.B. Dusnus, werd op 26 december 1886 geopend. In overeenstemming met de toentertijd nieuwe wet op lager onderwijs moesten bij gebrek aan middelen vrijwel alle joodse bijzondere scholen worden opgeheven. De leerlingen bezochten voortaan de gemeentescholen. Maar naast het openbaar onderwijs mocht de joodse gemeenschap wel haar eigen godsdienstonderwijs blijven geven (tussen en na normale schooluren).

In 1941 kreeg de Dusnus-school een andere functie. Het proces van isolering van de joden van de overige bevolking werd door de bezetter in gang gebracht. Gaandeweg werden steeds meer beperkende maatregelen afgekondigd: ontslagen uit publieke functies, de letter J op de persoonsbewijzen, de vele bordjes op openbare gebouwen die de toegang voor joden verbieden en het verplicht dragen van de davidster. Ook in het onderwijs was de invloed van de bezetter merkbaar. Joodse docenten werden ontslagen en met ingang van 1 september 1941 mochten joodse kinderen niet meer op openbare scholen verschijnen. Zij moesten voortaan naar een eigen school. In de Dusnus-school werd een dergelijke joodse school voor heel Friesland gehuisvest. Niet veel later verhuisde de school als dependance van het joods lyceum in Groningen naar een woning aan de Emmakade.

De gemeente Leeuwarden was verantwoordelijk voor de organisatie van de lagere school. De administratie van deze korte fase van de Dusnus-school, met onder meer de absentielijsten, is later opgenomen in het gemeentelijk archief. Vanaf april 1942 verdwenen steeds meer leerlingen: ze werden gedeporteerd of doken onder. In maart 1943 waren alle kinderen verdwenen. Fragmenten van de administratieve gegevens (de snel toenemende absentie en rapportcijfers) zijn verwerkt in het monument.

In april 1943 verwoordde A.S. Levisson (opperrabbijn van Friesland en Drente tussen 1935 en 1943) zijn bezorgdheid als volgt: ‘Weer wachten ons de dagen van Pesach. Het is weer als in vroegere dagen. Wij leven “in het midden van de nacht”. Weer omgeven ons gevaren en dreigt de brand, die om ons woedt, naar eigen huis en hof over te slaan. Gij, Joden, waar ge zijt, laat de ernst van de spanningen om ons – hoezeer deze ons ook vervult – ons niet beheersen en terneerslaan. Thans is de vraag of de tijd ons zal beheersen of wij de tijd. Dit is niet alleen een kwestie, die afhankelijk is van de uiterlijke omstandigheden, waarin men leeft; het hangt in hoofdzaak af van wat de mens in zich draagt. Gij, Jood, gij draagt in U de Eeuwigheid, indien ge U bewust zijt van de waarden, die ge met U draagt sinds de Uittocht uit Egypte […] Weer is het “in het midden van de nacht”. Laat ons ons vertrouwen bewaren. Dat zoals in de dagen van weleer de Verlossing kome!’

Opperrabbijn Levisson heeft de oorlog niet overleefd. Via het doorgangskamp Westerbork kwam hij terecht in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Toen de Britten het kamp naderden, werd Levisson op een dagen- en nachtenlang transport gesteld naar Tröbitz bij Leipzig. Daar bezweek hij aan de ontberingen van de reis. Levisson heeft een uitgebreid archief nagelaten, dat zich in het Joods Historisch Museum te Amsterdam bevindt: een dichtgeknoopte bundel papier met als schutblad het schrijven uit april 1940. Deze tekst is verwerkt in het monument. Een brief aan een gemeenschap die voor het overgrote deel ten dode was opgeschreven. Van de 632 joden uit Leeuwarden, hebben 539 de oorlog niet overleefd.

Op 8 december 1942 werd de laatste kerkenraadsvergadering in Leeuwarden gehouden. Het was Chanoeka, een joods feest dat herinnert aan de herovering van de tempel door de Makkabeeën in het jaar 164 voor Christus. Dit inwijdingsfeest duurt acht dagen. In 1942 kwamen op de achtste dag om 17.00 uur maar vijf leden van de kerkenraad bijeen. In de notulen werd melding gemaakt van vijf afwezigen: een van hen was ondergedoken en twee verbleven in Westerbork. Ook werd genoteerd dat een kerkenlid tegen zijn wil naar het buitenland vertrokken was. Verder vermelden de notulen: ‘Laten we hopen en bidden dat ha-kadosj baroech hoe (de Heilige, geloofd zij Hij) alles ten goede zal doen komen. Moge God met die kleine rest, die hier is overgebleven, een wonder doen als met de kleine rest olie van chanoeka (en) de grote kelal (gemeenschap) van Israël doen behouden en alle weggevoerden doen terugkeren.’ Fragmenten van deze vergadernotulen zijn aangebracht op het monument.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1987. Op 14 oktober 2021 is het Namenmonument onthuld.

Oorlogsslachtoffers

Er zijn nog geen personen uit de database van de Oorlogsgravenstichting gekoppeld aan dit monument.

De Oorlogsgravenstichting heeft een database met namen en verhalen van oorlogsslachtoffers. Veel van deze slachtoffers worden herdacht door middel van een monument. Wilt u ons helpen om de namen en verhalen van slachtoffers te koppelen aan het monument waarop hun naam vermeld staat? Kijk dan op de website van de Oorlogsgravenstichting, ziet u in de database een naam die ook voorkomt op dit monument? Maak dan een account aan en koppel de persoon uit de database aan dit monument. Enkele dagen na de koppeling verschijnt de naam van het slachtoffer op deze pagina.

Meer informatie

Locatie
Het monument is geplaatst op het Jacobijnerkerkhof bij de Jacobijnerkerk aan de A.S. Levissonstraat te Leeuwarden. Achter het monument bevindt zich het gebouw van de voormalige joodse Dusnus-school, waar nu de Chr. Hogere Beroeps Opleidingschool ‘Fiswerd’ is gevestigd.

Bronnen

Voor meer informatie
Tekens aan de weg – Tekens aan de wand van C. Reitsma (Leeuwarden, 1980). ISBN 9033020009.

Leg een bloem bij dit monument

Klik op onderstaande knop om een digitale bloem bij dit monument te leggen. Je kunt kiezen uit een rode gerbera, een witte roos of een blauwe Iris. Ook is het mogelijk om een persoonlijke boodschap toe te voegen. Nadat het formulier is verstuurd toont de bloem op deze pagina (vergeet niet om de pagina opnieuw te laden). 

Leg een bloem

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

pietje horjus | 20 apr 2017

foto's van de herdenking 2017

pietje horjus | 19 apr 2017

Woensdag 19 april hebben we de herdenking gehouden bij het Joods monument in Leeuwarden. Dit monument is geadopteerd door basisscholen De Kinderkoepel en De Oldenije. Leerlingen van beide scholen legden een krans samen met oud-verzetsman Dhr. Gerrit Fokkema. Daarna was er een herdenkingsbijeenkomst in de Waalse kerk. Er waren ook genodigden van de Joodse gemeente aanwezig.


Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (zoals een correctie of aanvulling) doorgeven? Maak dan gebruik van de formulieren.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets anders melden? Kijk bij de veelgestelde vragen of stuur ons een bericht.

Tooltip contents