4meiOverlay

Wat is het memorandum?


Lees hier een uitgebreide toelichting op het memorandum voor de herdenking, de tekst waarin is vastgelegd wie we herdenken op 4 mei.

Mensen hadden op veel verschillende wijzen te maken met de Tweede Wereldoorlog, afhankelijk van wie ze waren, waar ze voor stonden, wat ze deden of waar ze woonden. Al die verschillende ervaringen worden weerspiegeld in verschillende herdenkingen door het jaar heen. Op 4 mei tijdens de Nationale Herdenking komen die verschillende ervaringen samen en worden de doden gemeenschappelijk herdacht. We herdenken de slachtoffers en bezinnen ons op de verschrikkingen van de oorlog, waarbinnen zij het leven lieten. We staan ook stil bij gebeurtenissen tijdens de oorlog, zoals oorlogsgeweld, de Holocaust en de genocide op Roma en Sinti, internering, onvrijheid, terreur, willekeur en het verzet daartegen.

Het memorandum voor de herdenking is de tekst waarmee al sinds 1946 het kader van de herdenking wordt aangegeven en waarin is vastgelegd wie we herdenken op 4 mei. De tekst is bewust algemeen geformuleerd om alle verschillende groepen Nederlandse oorlogsslachtoffers in te sluiten. Voor allen die achterbleven is het persoonlijke verdriet om de doden immers groot. Het memorandum is dan ook bedoeld om richting te geven. Op 4 mei tijdens de Nationale Herdenking worden alle Nederlandse oorlogsslachtoffers herdacht, en dit is in het memorandum als volgt omschreven:

"Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties."

Hieronder volgt een toelichting op de beschrijvingen die gebruikt worden in het memorandum:

“Waar ook ter wereld”

Deze zinsnede heeft betrekking op het feit dat de meeste Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog elders in de wereld zijn omgekomen of vermoord in concentratie- of vernietigingskampen, in interneringskampen, bij dwangarbeid of op zee. Of tijdens vredesmissies en oorlogssituaties in andere landen na de Tweede Wereldoorlog.

“Nederlandse slachtoffers”

Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we de slachtoffers van het Koninkrijk der Nederlanden. We herdenken geen daders. 

“Sinds het uitbreken”

Er zijn voor de inval van nazi-Duitsland in Nederland al Nederlanders omgekomen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Die begon tenslotte al eerder. Ook deze slachtoffers worden herdacht. 

“In oorlogssituaties en bij vredesoperaties”

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er wereldwijd nog geen dag geweest zonder oorlog. Om een bijdrage te leveren aan meer stabiliteit en veiligheid in de wereld, zendt Nederland militairen en ander defensiepersoneel uit naar conflictgebieden. Nederlanders die tijdens een dergelijke, door de overheid gesanctioneerde, missie om het leven zijn gekomen, worden ook herdacht op 4 mei. 

Memorandum

Wijzigingen in het memorandum

De vorm en inhoud van de herdenking en viering zijn blijvend in ontwikkeling om een zo breed mogelijk draagvlak te realiseren. De formulering van het memorandum is sinds de oorlog ook regelmatig aangepast door zowel het in 1987 ingestelde Nationaal Comité als door voorgaande (particuliere) comités.

In 1961 is het memorandum op initiatief van de veteranen en in overleg met het ministerie van Defensie uitgebreid met de (militaire) oorlogsslachtoffers die zijn omgekomen in oorlogssituaties na de Tweede Wereldoorlog, zoals in voormalig Nederlands-Indië, Nieuw Guinea en Korea. Later zijn ook de slachtoffers van vredesmissies hier aan toegevoegd. 

De meest actuele aanpassing van het memorandum vond plaats in 2011. Na een nieuwe overlegronde met organisaties van oorlogsgetroffenen is het begrip ‘vermoord’ toegevoegd. Daarmee wilde het comité nadrukkelijk gehoor geven aan het verzoek dat vanuit de Joodse gemeenschap kwam om de doelbewuste vernietiging van Joden, Roma en Sinti en andere bevolkingsgroepen tijdens de Shoah (of Holocaust) expliciet te benoemen.