Nationaal Comité - Solidariteit

Hoe vrij en solidair gaan we met elkaar om?

Zorgen over egoïsme en individualisme nemen toe, individuele waarden worden als het meest gedeeld beschouwd
Net als in de vorige jaren maakt men zich in Nederland het meeste zorgen over agressie en geweld, gevolgd door criminaliteit. Men maakt zich relatief vaak zorgen over egoïsme of individualisme en de zorg daarover wordt met de jaren duidelijk groter. Als we solidariteit als tegenpool zien van egoïsme en individualisme, ervaart men daarmee dus ook een afname van solidariteit in Nederland. Solidariteit hoort bij de waarden die in mindere mate als gedeeld worden ervaren, net als andere sociale waarden zoals gelijkwaardigheid, bescherming van minderheden, en gemeenschapszin. Een waarde als individuele vrijheid wordt als meer gedeeld ervaren. Men is dus relatief vaak van mening dat iedereen in Nederland deze waarde nastreeft.

De mate waarin maatschappelijke waarden als gedeeld worden ervaren is zeer stabiel in de tijd. Wel is er een lichte trend dat belangrijke waarden die met vrijheid en democratie te maken hebben als minder gedeeld worden ervaren. Dit geldt met name voor de waarden gelijkwaardigheid, bescherming van minderheden en respect voor anderen.

Solidariteit betekent anderen helpen en opkomen voor de vrijheid van anderen
Als Nederlanders wordt gevraagd wat ‘solidariteit’ voor hen betekent, noemen zij vaak:
  • anderen helpen of voor anderen opkomen (22%),
  • samen “ergens voor gaan” (21%),
  • respect hebben voor anderen (18%),
  • saamhorigheid(14%).
“Solidariteit betekent dat alle mensen in Nederland, en zeker degenen die in onvrijheid leven of die niet gelijkwaardig worden behandeld, aanspraak hebben op hulp en steun van anderen.“ Van de ondervraagden onderschrijft driekwart deze uitleg van het begrip solidariteit. Een ruime meerderheid ziet een relatie tussen vrijheid en solidariteit. Ten opzichte van de spontane associaties wordt in deze stelling meer een directe relatie met vrijheid gelegd, maar ook het element van anderen helpen of steunen komt hierin terug:
tabel4.JPG
Volgens een meerderheid hebben de begrippen vrijheid en solidariteit met elkaar te maken en loopt de vrijheid gevaar, als mensen geen rekening meer met elkaar houden. Solidariteit, hier omschreven als ‘rekening houden met elkaar’, wordt daarmee als een voorwaarde voor vrijheid beschouwd.

Solidariteit is afgenomen en zal verder afnemen
Van de ondervraagden denkt driekwart dat we nu minder solidair zijn dan 20 jaar geleden. Ook de verwachtingen voor solidariteit in Nederland in de komende jaren zijn over het algemeen pessimistisch. Ongeveer de helft verwacht dat onze solidariteit in de komende jaren zal afnemen.

Als de belangrijkste gevolgen van afnemende solidariteit noemt men:
  • een toename van individualisme,
  • een grotere kloof tussen arm en rijk
  • verharding en verruwing in de maatschappij.
Wie de solidariteit ziet afnemen, verwacht op verschillende terreinen negatieve gevolgen. Minder solidariteit gaat ten koste van:
  • de mate waarin mensen elkaars rechten respecteren
  • de bescherming van de zwakkeren,
  • een eerlijke verdeling van de welvaart,
  • de mate waarin iedereen gelijke kansen heeft.
Aangezien een meerderheid pessimistisch gestemd is over de toekomst van solidariteit, geldt dit ook voor de verwachte ontwikkeling van deze vier onderwerpen

Zorgen over ‘ieder-voor-zich’ cultuur en gebrek aan solidariteit

Veel ondervraagden maken zich zorgen over doorgeschoten individualisme en gebrek aan solidariteit. De volgende stellingen kunnen op grote instemming rekenen:
  • in Nederland heerst te veel een ieder-voor-zich-cultuur,
  • mensen houden te weinig rekening met anderen,
  • Onze maatschappij is zo gericht op werk dat er minder tijd is om voor elkaar te zorgen.
Meer solidariteit begint echter ook bij burgers zelf. Wanneer er persoonlijke consequenties zijn verbonden aan een grotere solidariteit, neemt de verdeeldheid tussen ondervraagden toe. Zo bestaat er grote verdeeldheid over de vragen:
  • of de overheid het recht heeft om opvangcentra voor junks en daklozen in iemands buurt aan te wijzen,
  • of mensen zich bij voorkeur zo weinig mogelijk met de mensen in hun buurt dienen te bemoeien, (49% oneens)
  • of mensen in eerste instantie voor zichzelf moeten zorgen en geen beroep op de overheid moeten doen. (70% eens)
Wel zien we dat naarmate mensen zich zorgen maken over individualisme en egoïsme, zij zelf meer betrokken zijn bij hun eigen buurt en het vaker gerechtvaardigd vinden als de overheid een plek voor junks of daklozen aanwijst in hun buurt.

Zelf solidair zijn vooral door te geven aan goede doelen
Zeven van de tien ondervraagden geven geld aan goede doelen en bijna vier op de tien doen vrijwilligerswerk. Bijna drie op de tien geven aan zowel aan goede doelen te geven als vrijwilligerswerk te doen.

In de keuze voor het steunen van goede doelen wordt in eerste instantie gekozen voor gezondheid en een goede leefomgeving. Maar ook vrijheid en grondrechten spelen een belangrijke rol, gezien de giften voor organisaties die voor vluchtelingen opkomen en voor de mensenrechten. De meesten hebben zich niet zelf actief voor een organisatie ingezet. Wie dat wel hebben gedaan, zetten zich vooral in voor organisaties voor gezondheid en kinderen.

Gerelateerde artikelen

Downloads