Beleid 1987-2010
Werkwijze
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is primair verantwoordelijk voor de nationale evenementen in het kader van de herdenking en viering van de bevrijding waarbij het Koninklijk Huis en de regering vertegenwoordigd zijn. Andere taken liggen op het vlak van de zingeving, educatie en afstemming. Eens in de vijf jaar staat het NC stil bij de vraag hoe het perspectief van herdenken en vieren er op middenlange termijn uitziet. De ideeën daarover worden vastgelegd in een beleidsplan. Lustrumjaren laten goed zien wat de stand van zaken met betrekking tot herdenken en vieren in het land is. Veel activiteiten die het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert keren jaarlijks terug. In een beleidsperiode van vijf jaar wordt een aantal onderwerpen uitgekozen waaraan extra aandacht wordt besteed. Hieronder worden de accenten die in de diverse beleidsperioden aangebracht zijn besproken.
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is primair verantwoordelijk voor de nationale evenementen in het kader van de herdenking en viering van de bevrijding waarbij het Koninklijk Huis en de regering vertegenwoordigd zijn. Andere taken liggen op het vlak van de zingeving, educatie en afstemming. Eens in de vijf jaar staat het NC stil bij de vraag hoe het perspectief van herdenken en vieren er op middenlange termijn uitziet. De ideeën daarover worden vastgelegd in een beleidsplan. Lustrumjaren laten goed zien wat de stand van zaken met betrekking tot herdenken en vieren in het land is. Veel activiteiten die het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert keren jaarlijks terug. In een beleidsperiode van vijf jaar wordt een aantal onderwerpen uitgekozen waaraan extra aandacht wordt besteed. Hieronder worden de accenten die in de diverse beleidsperioden aangebracht zijn besproken.
2006-2010 –Vrijheid maak je met elkaar
Veel activiteiten die het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert keren jaarlijks terug. De accenten die in deze beleidsperiode extra belicht zullen worden zijn:
- de thematische invulling van Vrijheid maak je met elkaar;
- de provinciale en regionale verankering van de 5e mei;
- de multi-etnische samenleving in relatie tot 4 en 5mei;
- de ontwikkeling van het kennispunt
2001-2005 – Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid
In 2000 is aan het instellingsbesluit van het Nationaal Comité 4 en 5 mei door de rijksoverheid een taak en opdracht toegevoegd: “het geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren”. Niet alleen ten behoeve van de activiteiten van het Nationaal Comité zelf, maar vooral ook als handreiking naar al die organisaties en overheden in het land die op hun eigen wijze invulling en vorm geven aan herdenken en vieren.
De 5 mei-lezing won aan aandacht en betekenis, met als hoogtepunt de lezing van Z.K.H. de Prins van Oranje in 2005. Maar de invulling van de zingeving heeft op de bevrijdingsfestivals een extra impuls gekregen met de invoering van de vrijheidsdebatten en de ‘stemmingmakers’ in bijvoorbeeld het jaarlijkse Nationaal Vrijheidonderzoek.
In het verlengde van de start van de nationale databank van oorlogsmonumenten is in januari 2004 het scholenproject Adopteer een Monument overgenomen van de Stichting Herdenking Februari ’41.
1996-2000 – Vrijheid vraagt onderhoud
Na het grootse lustrumjaar 1995 heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei het accent op de 5e mei verlegd van Bevrijding naar Vrijheid. Het besef dat vrijheid niet vanzelfsprekend is maar inzet en onderhoud behoeft – lokaal, nationaal en internationaal – is mede onder invloed van internationale ontwikkelingen rond voormalig Joegoslavië (1997) en nationale aandacht voor 150 jaar Grondwet (1998) in die jaren met aansprekende thema’s bij een breed publiek onder de aandacht gebracht. Er werd gekozen voor een nieuwe opzet van de 5e mei met de driedeling zoals we die nu nog kennen: een inhoudelijke bijeenkomst in een van de provincies op de ochtend, ’s middags de 13 Bevrijdingsfestivals in het land en een feestelijke muzikale afsluiting op de avond. Het programma op de ochtend van 5 mei vormt een brug tussen het herdenken van de avond ervoor en het feest van de 5 meiavond.
Ook de Nationale Herdenking is fundamenteel herzien. In nauw overleg en in samenspraak met de ruim 70 eigen organisaties van oorlogsbetrokkenen en de rijksoverheid, is besloten om de opzet van de Nationale Herdenking bij het Nationaal Monument te herzien: direct betrokkenen staan sindsdien vooraan. Ook gaan ze voorop bij de kranslegging en het defilé. Autoriteiten hebben daarvoor een stap opzij gedaan.
In 2000 ging bovendien het grote educatieve project ‘Nationaal Aandenken’ voor 11-jarigen van start na een voorbereiding van twee jaar.
1990-1995 – Vijftig jaar vrijheid
In 1990 is de 5e mei op aandrang van het Nationaal Comité 4 en 5 mei door de regering aangewezen als jaarlijkse nationale feestdag. Daarmee kreeg 5 mei dezelfde status als Koninginnedag. 5 mei was al wel een algemeen erkende feestdag.
In 1990 zijn de Bevrijdingsfestivals voor jongeren van start gegaan. In 1994 was de doelstelling gerealiseerd: één nationaal project, waardoor jaarlijks grote groepen jongeren betrokken worden bij de nationale feestdag, maar ook 13 zelfstandige festivals, met elk een eigen kleur en accent.
In 1992 kreeg het Nationaal Comité 4 en 5 mei het verzoek van de rijksoverheid om de nationale activiteiten in het kader van het lustrum 50 jaar viering bevrijding in 1994/1995 te coördineren en te organiseren. Het bekende fakkellogo is speciaal voor dit lustrumjaar ontwikkeld, als symbool om alle activiteiten in het kader van herdenken en vieren in het land met elkaar te verbinden. Bijzondere activiteiten in het kader van het lustrumjaar waren ondermeer de toespraak van H.M. de Koningin op 5 mei in de Ridderzaal; “de trein van 1 voor allen” die gedurende 13 weken voorafgaand aan 5 mei door het land reed; het symposium “Ideaal en Identiteit” op 8 mei in de Ridderzaal in aanwezigheid van ambassadeurs; en de kaart voor alle kinderen met een boodschap van H.M. de Koningin over vrijheid.
1987-1989
Voor 1987 had de nationale overheid wel rechtsreeks bemoeienis met de organisatie van de 5e mei, maar niet met die van de 4e mei. In 1987 stond het Nationaal Comité 4 en 5 mei allereerst voor de taak een integratie tot stand te brengen tussen geheel verschillende werelden. De Amsterdamse herdenking die om 20.00 uur plaatsvond en de Nationale Herdenking die tot dan toe nog om 16.00 uur plaatsvond, zijn met ingang van 1988 geïntegreerd tot dè Nationale Herdenking om 20.00 uur.
Dit was niet alleen een organisatorische operatie maar betekende vooral het samenbrengen – en houden – van twee geheel verschillende culturen van herdenken. Naast de integratie van twee herdenkingen tot één Nationale Herdenking moesten ook de totaal verschillende werelden van herdenken en het vieren van de bevrijding met elkaar worden verenigd. In 1989 kreeg het comité de taak van het ministerie van VWS om het nationale ‘jeugdvoorlichtingsbeleid’ gestalte te geven.
Veel activiteiten die het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert keren jaarlijks terug. De accenten die in deze beleidsperiode extra belicht zullen worden zijn:
- de thematische invulling van Vrijheid maak je met elkaar;
- de provinciale en regionale verankering van de 5e mei;
- de multi-etnische samenleving in relatie tot 4 en 5mei;
- de ontwikkeling van het kennispunt
2001-2005 – Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid
In 2000 is aan het instellingsbesluit van het Nationaal Comité 4 en 5 mei door de rijksoverheid een taak en opdracht toegevoegd: “het geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren”. Niet alleen ten behoeve van de activiteiten van het Nationaal Comité zelf, maar vooral ook als handreiking naar al die organisaties en overheden in het land die op hun eigen wijze invulling en vorm geven aan herdenken en vieren.
De 5 mei-lezing won aan aandacht en betekenis, met als hoogtepunt de lezing van Z.K.H. de Prins van Oranje in 2005. Maar de invulling van de zingeving heeft op de bevrijdingsfestivals een extra impuls gekregen met de invoering van de vrijheidsdebatten en de ‘stemmingmakers’ in bijvoorbeeld het jaarlijkse Nationaal Vrijheidonderzoek.
In het verlengde van de start van de nationale databank van oorlogsmonumenten is in januari 2004 het scholenproject Adopteer een Monument overgenomen van de Stichting Herdenking Februari ’41.
1996-2000 – Vrijheid vraagt onderhoud
Na het grootse lustrumjaar 1995 heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei het accent op de 5e mei verlegd van Bevrijding naar Vrijheid. Het besef dat vrijheid niet vanzelfsprekend is maar inzet en onderhoud behoeft – lokaal, nationaal en internationaal – is mede onder invloed van internationale ontwikkelingen rond voormalig Joegoslavië (1997) en nationale aandacht voor 150 jaar Grondwet (1998) in die jaren met aansprekende thema’s bij een breed publiek onder de aandacht gebracht. Er werd gekozen voor een nieuwe opzet van de 5e mei met de driedeling zoals we die nu nog kennen: een inhoudelijke bijeenkomst in een van de provincies op de ochtend, ’s middags de 13 Bevrijdingsfestivals in het land en een feestelijke muzikale afsluiting op de avond. Het programma op de ochtend van 5 mei vormt een brug tussen het herdenken van de avond ervoor en het feest van de 5 meiavond.
Ook de Nationale Herdenking is fundamenteel herzien. In nauw overleg en in samenspraak met de ruim 70 eigen organisaties van oorlogsbetrokkenen en de rijksoverheid, is besloten om de opzet van de Nationale Herdenking bij het Nationaal Monument te herzien: direct betrokkenen staan sindsdien vooraan. Ook gaan ze voorop bij de kranslegging en het defilé. Autoriteiten hebben daarvoor een stap opzij gedaan.
In 2000 ging bovendien het grote educatieve project ‘Nationaal Aandenken’ voor 11-jarigen van start na een voorbereiding van twee jaar.
1990-1995 – Vijftig jaar vrijheid
In 1990 is de 5e mei op aandrang van het Nationaal Comité 4 en 5 mei door de regering aangewezen als jaarlijkse nationale feestdag. Daarmee kreeg 5 mei dezelfde status als Koninginnedag. 5 mei was al wel een algemeen erkende feestdag.
In 1990 zijn de Bevrijdingsfestivals voor jongeren van start gegaan. In 1994 was de doelstelling gerealiseerd: één nationaal project, waardoor jaarlijks grote groepen jongeren betrokken worden bij de nationale feestdag, maar ook 13 zelfstandige festivals, met elk een eigen kleur en accent.
In 1992 kreeg het Nationaal Comité 4 en 5 mei het verzoek van de rijksoverheid om de nationale activiteiten in het kader van het lustrum 50 jaar viering bevrijding in 1994/1995 te coördineren en te organiseren. Het bekende fakkellogo is speciaal voor dit lustrumjaar ontwikkeld, als symbool om alle activiteiten in het kader van herdenken en vieren in het land met elkaar te verbinden. Bijzondere activiteiten in het kader van het lustrumjaar waren ondermeer de toespraak van H.M. de Koningin op 5 mei in de Ridderzaal; “de trein van 1 voor allen” die gedurende 13 weken voorafgaand aan 5 mei door het land reed; het symposium “Ideaal en Identiteit” op 8 mei in de Ridderzaal in aanwezigheid van ambassadeurs; en de kaart voor alle kinderen met een boodschap van H.M. de Koningin over vrijheid.
1987-1989
Voor 1987 had de nationale overheid wel rechtsreeks bemoeienis met de organisatie van de 5e mei, maar niet met die van de 4e mei. In 1987 stond het Nationaal Comité 4 en 5 mei allereerst voor de taak een integratie tot stand te brengen tussen geheel verschillende werelden. De Amsterdamse herdenking die om 20.00 uur plaatsvond en de Nationale Herdenking die tot dan toe nog om 16.00 uur plaatsvond, zijn met ingang van 1988 geïntegreerd tot dè Nationale Herdenking om 20.00 uur.
Dit was niet alleen een organisatorische operatie maar betekende vooral het samenbrengen – en houden – van twee geheel verschillende culturen van herdenken. Naast de integratie van twee herdenkingen tot één Nationale Herdenking moesten ook de totaal verschillende werelden van herdenken en het vieren van de bevrijding met elkaar worden verenigd. In 1989 kreeg het comité de taak van het ministerie van VWS om het nationale ‘jeugdvoorlichtingsbeleid’ gestalte te geven.
