Vrijheid, solidariteit en traumaverwerking
23-11-2007
Mark Vogt, algemeen directeur van
War Child
Beperkt internationale solidariteit zich tot het verlenen
van hulp die voorziet in behoeften zoals voeding, onderdak en gezondheidszorg?
Of moet solidariteit zich ook uitstrekken tot de behoefte om zonder angst te
kunnen leven? In het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog ging alle aandacht
uit naar de economische wederopbouw en was van psychosociale steun geen sprake.
Hoe kijkt War Child anno 2007 aan tegen verwerking van traumatische
oorlogservaringen? En is dit van belang voor het realiseren van vrijheid?
Algemeen Directeur Mark Vogt over vrijheid, solidariteit en traumaverwerking.
"Please use your freedom to promote ours."
-- Aung San Suu Kyi
We moeten solidair zijn met elkaar, over landsgrenzen heen, om onszelf bewust te blijven van onze eigen vrijheid en daarmee vrijheid voor iedereen, wereldwijd, te bevorderen. Vrijheid kun je – in navolging van de Indiase econoom Amartya Sen, definiëren als het recht om je behoeften vervuld te zien (freedom from want) en het recht om niet in angst te leven (freedom from fear). Solidariteit - het opkomen voor rechten van anderen - gaat dus veel verder dan alleen het realiseren van materiële behoeften als voeding, onderdak en gezondheidszorg. Om in vrijheid te kunnen leven zijn immateriële behoeften evenzeer van belang. Het recht op gelijke behandeling, het recht op participatie en het recht op vrije meningsuiting bevorderen bijvoorbeeld de vrijheid van kwetsbare (minderheids)groepen in de samenleving . En zo zullen volwassenen en kinderen met herinneringen aan een oorlog beamen: “Je kunt pas echt vrij zijn, als je ook vrij bent in je hoofd”.
Voor kinderen is het essentieel om in vrijheid op te kunnen groeien. Zij vormen een zeer kwetsbare groep en zijn tegelijkertijd de basis voor een vreedzame samenleving in de toekomst. Gelukkig is het Verdrag inzake de Rechten van het Kind wereldwijd het meest geratificeerd. Slechts twee landen hebben het niet ondertekend. Solidariteit met kinderen is iets waar we het met elkaar over eens zijn, iets dat we dagelijks ervaren en tonen. Helaas komen maar al te veel landen hun beloften die zij met het ondertekenen van het kinderrechtenverdrag hebben gedaan, niet na. Wat War Child betreft is dat geen solidariteit, maar symboolpolitiek. Daadwerkelijke solidariteit bestaat uit het nemen van verantwoordelijkheid voor realisatie van het verdrag in de praktijk. Daadwerkelijke solidariteit bestaat uit actie, bijvoorbeeld uit het opstellen van plannen op nationaal niveau om misstanden aan te pakken, dit controleerbaar te maken, een ombudsman aan te stellen.
Als we kijken naar het leed in de wereld zien we in eerste instantie – ook in de media – ziekte, honger of mensen die al hun bezittingen zijn kwijtgeraakt. Traumatische ervaringen lijken in die context soms een minder urgent probleem. Immaterieel leed is onzichtbaar en vaak niet direct levensbedreigend. Maar het is niet minder pijnlijk en essentieel voor het creëren van persoonlijke en maatschappelijke vrijheid. Immaterieel leed heeft grote gevolgen en raakt hele samenlevingen wereldwijd, nog veel méér mensen dan diegenen die in de al te bekende beelden het nieuws halen.
Het creëren van vrijheid door het versterking van weerbaarheid
Als we kijken naar de immense schaal waarop kinderen in huidige oorlogen traumatische ervaringen meemaken, is het goed te beseffen dat het merendeel van hen geen daadwerkelijk ‘trauma’ (een psychische stoornis zoals een post traumatisch stress syndroom) oploopt. Wanneer kinderen na een traumatische ervaring goed worden opgevangen en ondersteund door hun omgeving, krijgen zij weer nieuwe kansen en kunnen zij zich meestal ontwikkelen tot evenwichtige volwassenen.
Het verleden zullen ze altijd bij zich dragen. Het is onvergetelijk als je broer voor je ogen is vermoord – ik kan me er gelukkig geen voorstelling van maken. Desondanks merken we dat de veerkracht van kinderen gigantisch groot is. Ik realiseerde me dat weer toen ik in Oeganda een kind sprak dat ontvoerd was en jarenlang was mishandeld. Hij vertelde over zijn worsteling, dat hij zich afgewezen voelde en anders dan de anderen die niet ontvoerd waren. En dat vertelde hij niet aan zijn therapeut, of alleen aan mij, maar aan zijn hele klas als onderdeel van een langduriger psychosociaal programma en als voorbeeld voor anderen.
Na afloop gingen alle kinderen in een kring staan met de armen om elkaar heen. Een group hug voor hem en voor elkaar. Daarna gingen ze samen voetballen en rende hij uitgelaten over het veld. Door het vertellen van zijn verhaal, voelde hij zich erkend en werd hij beter begrepen en geaccepteerd door de groep.
Benadering van traumaverwerking
War Child houdt zich niet bezig met (individuele) therapie ter genezing van psychische problematiek. War Child werkt volgens een ontwikkelingsgerichte benadering, die uitgaat van de kracht van kinderen met als doel het vergroten van hun weerbaarheid. Daarbij speelt de omgeving een cruciale rol. Dit sluit aan bij de cultuur van de meeste landen waar wij werken, waar de groep belangrijker is dan het individu.
Vooral tijdens de oorlog, maar ook na de oorlog als samenlevingen weer opgebouwd moeten worden, is versterking van de weerbaarheid van kinderen en jongeren essentieel. In Colombia waar rekrutering van kindsoldaten plaatsvindt bij de poorten van de school. In DR Congo waar het verkrachten van meisjes en vrouwen epidemische vormen heeft aangenomen en bijna als normaal wordt beschouwd. In Israël en de bezette Palestijnse Gebieden waar angst voor aanslagen en vergeldingsacties in een jarenlange vicieuze cirkel deel is gaan uitmaken van het leven van kinderen.
Om weerbaar te zijn is het voor kinderen van belang dat – naast de risico’s die ze lopen – er voldoende factoren aanwezig zijn die hen beschermen. De psychologie beschrijft een groot aantal beschermende factoren. War Child heeft gekozen voor een gangbare indeling in vijf factoren. Dat zijn: een omgeving waar ze zich veilig kunnen voelen, een gevoel van normaliteit en toekomstperspectief, steun van volwassenen, interactie met leeftijdsgenoten en voldoende positieve copingvaardigheden oftewel manieren om met (ingrijpende) ervaringen om te gaan. Copingvaardigheden kunnen zowel negatieve manieren betreffen, zoals drankgebruik of agressief gedrag, als positieve manieren, zoals muziek maken of je ervaringen delen. Juist in niet-westerse culturen, waar de groep belangrijker is dan het individu, is het verhogen van de weerbaarheid van kinderen, jongeren en hun omgeving, een goede aanpak om een gezonde ontwikkeling en het psychosociale welzijn van een grote groep te stimuleren. Dit maakt de weg vrij voor onderlinge constructieve samenwerking, voor onderlinge solidariteit en legt daarmee de basis voor een vreedzame samenleving in de toekomst. Een samenleving waar kinderen in vrijheid kunnen opgroeien.
Verschillen met Nederland
Er zijn enkele grote verschillen tussen de situatie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog en de situatie in bijvoorbeeld naoorlogs Sierra Leone. Ondanks de grote schaal waarop de Tweede Wereldoorlog verwoestingen in Nederland heeft aangericht, waren na afloop van de oorlog een aantal factoren aanwezig, die wederopbouw mogelijk maakten: voldoende geld door de Marshall hulp, een overheid en politieke structuur die vóór de oorlog functioneerden, een beschadigde maar aanwezige infrastructuur en een sterke sociale cohesie. De handen werden gezamenlijk uit de mouwen gestoken om het land weer op te bouwen.
In veel huidige naoorlogse gebieden moeten eerst de sociale, structuren en traditionele, culturele waarden worden hersteld. Sociale cohesie is de basis en daarmee een voorwaarde voor succesvolle wederopbouw op andere gebieden, zoals economische en politieke wederopbouw en de ontwikkeling van politie en het leger. De stabiliteit in een regio verbetert door de sociale cohesie in stadswijken of dorpsgemeenschappen te verbeteren. Solidariteit tussen de inwoners in een wijk of dorp, onderling respect en positieve communicatie vormen een vruchtbare voedingsbodem waarop nieuwe initiatieven kunnen ontkiemen. Psychosociale hulp is een belangrijke aanvulling op de materiële hulpverlening, omdat het ervoor zorgt dat de sociale cohesie van gemeenschappen wordt versterkt in samenlevingen die na jarenlange oorlog volledig versplinterd zijn. Door sociale verbanden weer op te bouwen, draagt psychosociale hulp bij aan het vrij zijn van angst.
Ander verschil is dat huidige conflicten merendeels burgeroorlogen zijn. Ze spelen zich niet af tussen staten, maar tussen verschillende (etnische) groeperingen al dan niet met een rol voor de staat. Groepen die vijandig tegenover elkaar stonden, blijven vaak gescheiden van elkaar leven. De Balkan is hier een voorbeeld van. En Sierra Leone, waar ex-soldaten en ex-rebellen samen met slachtoffers van de burgeroorlog hun gemeenschappen weer moesten opbouwen. Juist dan is het belangrijk te investeren in de sociale structuur van een samenleving.
Tot slot
Ook de huidige Nederlandse context – meer dan 60 jaar na de Tweede Wereldoorlog – onderstreept het belang van psychosociaal welzijn. De 71-jarige Marianne Sorgedrager fietste een maand voor War Child. Zij haalde meer dan € 6000,- op voor psychosociale hulp aan kinderen die nu opgroeien in oorlog. Ook al heeft zij destijds deze hulp niet gekregen, haar actie en de verbondenheid van vele andere ouderen met de situatie van kinderen die nu in oorlog opgroeien, laat zien dat psychosociale hulp van belang is voor ieder mens om in vrijheid te kunnen leven.
"Please use your freedom to promote ours."
-- Aung San Suu Kyi
We moeten solidair zijn met elkaar, over landsgrenzen heen, om onszelf bewust te blijven van onze eigen vrijheid en daarmee vrijheid voor iedereen, wereldwijd, te bevorderen. Vrijheid kun je – in navolging van de Indiase econoom Amartya Sen, definiëren als het recht om je behoeften vervuld te zien (freedom from want) en het recht om niet in angst te leven (freedom from fear). Solidariteit - het opkomen voor rechten van anderen - gaat dus veel verder dan alleen het realiseren van materiële behoeften als voeding, onderdak en gezondheidszorg. Om in vrijheid te kunnen leven zijn immateriële behoeften evenzeer van belang. Het recht op gelijke behandeling, het recht op participatie en het recht op vrije meningsuiting bevorderen bijvoorbeeld de vrijheid van kwetsbare (minderheids)groepen in de samenleving . En zo zullen volwassenen en kinderen met herinneringen aan een oorlog beamen: “Je kunt pas echt vrij zijn, als je ook vrij bent in je hoofd”.
Voor kinderen is het essentieel om in vrijheid op te kunnen groeien. Zij vormen een zeer kwetsbare groep en zijn tegelijkertijd de basis voor een vreedzame samenleving in de toekomst. Gelukkig is het Verdrag inzake de Rechten van het Kind wereldwijd het meest geratificeerd. Slechts twee landen hebben het niet ondertekend. Solidariteit met kinderen is iets waar we het met elkaar over eens zijn, iets dat we dagelijks ervaren en tonen. Helaas komen maar al te veel landen hun beloften die zij met het ondertekenen van het kinderrechtenverdrag hebben gedaan, niet na. Wat War Child betreft is dat geen solidariteit, maar symboolpolitiek. Daadwerkelijke solidariteit bestaat uit het nemen van verantwoordelijkheid voor realisatie van het verdrag in de praktijk. Daadwerkelijke solidariteit bestaat uit actie, bijvoorbeeld uit het opstellen van plannen op nationaal niveau om misstanden aan te pakken, dit controleerbaar te maken, een ombudsman aan te stellen.
Als we kijken naar het leed in de wereld zien we in eerste instantie – ook in de media – ziekte, honger of mensen die al hun bezittingen zijn kwijtgeraakt. Traumatische ervaringen lijken in die context soms een minder urgent probleem. Immaterieel leed is onzichtbaar en vaak niet direct levensbedreigend. Maar het is niet minder pijnlijk en essentieel voor het creëren van persoonlijke en maatschappelijke vrijheid. Immaterieel leed heeft grote gevolgen en raakt hele samenlevingen wereldwijd, nog veel méér mensen dan diegenen die in de al te bekende beelden het nieuws halen.
Het creëren van vrijheid door het versterking van weerbaarheid
Als we kijken naar de immense schaal waarop kinderen in huidige oorlogen traumatische ervaringen meemaken, is het goed te beseffen dat het merendeel van hen geen daadwerkelijk ‘trauma’ (een psychische stoornis zoals een post traumatisch stress syndroom) oploopt. Wanneer kinderen na een traumatische ervaring goed worden opgevangen en ondersteund door hun omgeving, krijgen zij weer nieuwe kansen en kunnen zij zich meestal ontwikkelen tot evenwichtige volwassenen.
Het verleden zullen ze altijd bij zich dragen. Het is onvergetelijk als je broer voor je ogen is vermoord – ik kan me er gelukkig geen voorstelling van maken. Desondanks merken we dat de veerkracht van kinderen gigantisch groot is. Ik realiseerde me dat weer toen ik in Oeganda een kind sprak dat ontvoerd was en jarenlang was mishandeld. Hij vertelde over zijn worsteling, dat hij zich afgewezen voelde en anders dan de anderen die niet ontvoerd waren. En dat vertelde hij niet aan zijn therapeut, of alleen aan mij, maar aan zijn hele klas als onderdeel van een langduriger psychosociaal programma en als voorbeeld voor anderen.
Na afloop gingen alle kinderen in een kring staan met de armen om elkaar heen. Een group hug voor hem en voor elkaar. Daarna gingen ze samen voetballen en rende hij uitgelaten over het veld. Door het vertellen van zijn verhaal, voelde hij zich erkend en werd hij beter begrepen en geaccepteerd door de groep.
Benadering van traumaverwerking
War Child houdt zich niet bezig met (individuele) therapie ter genezing van psychische problematiek. War Child werkt volgens een ontwikkelingsgerichte benadering, die uitgaat van de kracht van kinderen met als doel het vergroten van hun weerbaarheid. Daarbij speelt de omgeving een cruciale rol. Dit sluit aan bij de cultuur van de meeste landen waar wij werken, waar de groep belangrijker is dan het individu.
Vooral tijdens de oorlog, maar ook na de oorlog als samenlevingen weer opgebouwd moeten worden, is versterking van de weerbaarheid van kinderen en jongeren essentieel. In Colombia waar rekrutering van kindsoldaten plaatsvindt bij de poorten van de school. In DR Congo waar het verkrachten van meisjes en vrouwen epidemische vormen heeft aangenomen en bijna als normaal wordt beschouwd. In Israël en de bezette Palestijnse Gebieden waar angst voor aanslagen en vergeldingsacties in een jarenlange vicieuze cirkel deel is gaan uitmaken van het leven van kinderen.
Om weerbaar te zijn is het voor kinderen van belang dat – naast de risico’s die ze lopen – er voldoende factoren aanwezig zijn die hen beschermen. De psychologie beschrijft een groot aantal beschermende factoren. War Child heeft gekozen voor een gangbare indeling in vijf factoren. Dat zijn: een omgeving waar ze zich veilig kunnen voelen, een gevoel van normaliteit en toekomstperspectief, steun van volwassenen, interactie met leeftijdsgenoten en voldoende positieve copingvaardigheden oftewel manieren om met (ingrijpende) ervaringen om te gaan. Copingvaardigheden kunnen zowel negatieve manieren betreffen, zoals drankgebruik of agressief gedrag, als positieve manieren, zoals muziek maken of je ervaringen delen. Juist in niet-westerse culturen, waar de groep belangrijker is dan het individu, is het verhogen van de weerbaarheid van kinderen, jongeren en hun omgeving, een goede aanpak om een gezonde ontwikkeling en het psychosociale welzijn van een grote groep te stimuleren. Dit maakt de weg vrij voor onderlinge constructieve samenwerking, voor onderlinge solidariteit en legt daarmee de basis voor een vreedzame samenleving in de toekomst. Een samenleving waar kinderen in vrijheid kunnen opgroeien.
Verschillen met Nederland
Er zijn enkele grote verschillen tussen de situatie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog en de situatie in bijvoorbeeld naoorlogs Sierra Leone. Ondanks de grote schaal waarop de Tweede Wereldoorlog verwoestingen in Nederland heeft aangericht, waren na afloop van de oorlog een aantal factoren aanwezig, die wederopbouw mogelijk maakten: voldoende geld door de Marshall hulp, een overheid en politieke structuur die vóór de oorlog functioneerden, een beschadigde maar aanwezige infrastructuur en een sterke sociale cohesie. De handen werden gezamenlijk uit de mouwen gestoken om het land weer op te bouwen.
In veel huidige naoorlogse gebieden moeten eerst de sociale, structuren en traditionele, culturele waarden worden hersteld. Sociale cohesie is de basis en daarmee een voorwaarde voor succesvolle wederopbouw op andere gebieden, zoals economische en politieke wederopbouw en de ontwikkeling van politie en het leger. De stabiliteit in een regio verbetert door de sociale cohesie in stadswijken of dorpsgemeenschappen te verbeteren. Solidariteit tussen de inwoners in een wijk of dorp, onderling respect en positieve communicatie vormen een vruchtbare voedingsbodem waarop nieuwe initiatieven kunnen ontkiemen. Psychosociale hulp is een belangrijke aanvulling op de materiële hulpverlening, omdat het ervoor zorgt dat de sociale cohesie van gemeenschappen wordt versterkt in samenlevingen die na jarenlange oorlog volledig versplinterd zijn. Door sociale verbanden weer op te bouwen, draagt psychosociale hulp bij aan het vrij zijn van angst.
Ander verschil is dat huidige conflicten merendeels burgeroorlogen zijn. Ze spelen zich niet af tussen staten, maar tussen verschillende (etnische) groeperingen al dan niet met een rol voor de staat. Groepen die vijandig tegenover elkaar stonden, blijven vaak gescheiden van elkaar leven. De Balkan is hier een voorbeeld van. En Sierra Leone, waar ex-soldaten en ex-rebellen samen met slachtoffers van de burgeroorlog hun gemeenschappen weer moesten opbouwen. Juist dan is het belangrijk te investeren in de sociale structuur van een samenleving.
Tot slot
Ook de huidige Nederlandse context – meer dan 60 jaar na de Tweede Wereldoorlog – onderstreept het belang van psychosociaal welzijn. De 71-jarige Marianne Sorgedrager fietste een maand voor War Child. Zij haalde meer dan € 6000,- op voor psychosociale hulp aan kinderen die nu opgroeien in oorlog. Ook al heeft zij destijds deze hulp niet gekregen, haar actie en de verbondenheid van vele andere ouderen met de situatie van kinderen die nu in oorlog opgroeien, laat zien dat psychosociale hulp van belang is voor ieder mens om in vrijheid te kunnen leven.
