Herdenking als collectieve traumaverwerking
23-11-2007
Jan-Wilke Reerds, voorzitter Raad van
Bestuur Stichting Centrum ‘45
De in september 2007 overleden Engelandvaarder Erik
Hazelhoff Roelfzema, beter bekend als 'Soldaat van Oranje', die door de
verfilming van zijn autobiografie door Paul Verhoeven wereldberoemd is
geworden, was sceptisch over het nut en de noodzaak van oorlogsherdenkingen.
Hij vond dat "de herinneringen uit de jaren 1940-1945, goed en slecht, de
teleurstelling van de oude dag voor zijn generatie verdoezelen". Hoewel ik
hem bijzonder respecteer voor wat hij heeft gedaan tijdens de Tweede
Wereldoorlog, ben ik het op dit punt om meerdere redenen niet met hem eens, en
zal dat uitleggen en toelichten.
Het begrip 'vrijheid' is lastig exact te bevatten of uit te leggen. De Van Dale heeft er zelfs bijna een halve kolom voor nodig om de verschillende betekenissen en interpretaties op te sommen. Ik pik er een paar uit: onbelemmerdheid, of te wel vrijheid in beweging en handeling. Maar ook het vrij, niet-onderworpen of afhankelijk zijn als natie en het niet meer gevangen gehouden worden, het kunnen gaan en staan waar men wil, niet meer gebonden zijn.
Voor de Nederlandse samenleving staat 5 mei gelijk aan 'de bevrijding', simpelweg omdat Nederland als natie op 5 mei 1945 formeel bevrijd werd en niet langer onderworpen was aan het nazi-bewind. Hazelhoff Roelfzema was er bij, daar in Hotel De Wereld in Wageningen toen de capitulatie getekend werd. Dit vieren wij op 5 mei nog ieder jaar met festivals, muziek en vrolijkheid tijdens 'bevrijdingsdag'.
Maar sommige mensen, ongeacht of zij nu de Tweede Wereldoorlog of andere oorlogen elders in de wereld hebben meegemaakt, zijn na hun 'bevrijding' nog niet vrij. Zij kunnen niet of slecht gaan en staan waar zij maar willen en/of zijn nog steeds emotioneel gevangen. Hun traumatische ervaringen door vervolging, oorlog en geweld hebben zó'n diepe wond geslagen in hun 'mens zijn', dat zij geen innerlijke vrijheid meer kunnen ervaren. Zij zijn gekooid, begrensd, de oorlog raast nog van binnen voort. Door deze innerlijke oorlog zijn zij onvoldoende in staat om buiten hun interne grenzen te treden en in goed contact met geliefden, naasten en met anderen die verder van hen afstaan (de samenleving), te kunnen sámen leven. Isolement, eenzaamheid en vervreemding is het gevolg met alle consequenties van dien voor henzelf, maar ook voor de samenleving.
Het is daarom van belang om hen die getraumatiseerd zijn te helpen hun trauma, opgedaan tijdens vervolging, oorlog en geweld te verwerken. Traumaverwerking betekent in gesprek zijn met de ander. Binnen een veilige omgeving, met respect voor elkaars ervaringen, de ander gelegenheid geven om vragen te stellen, vragen die een getraumatiseerd mens zichzelf niet kan of durft te stellen. Omdat hij of zij nog té 'gevangen' zit in deze ervaringen en het niet mogelijk blijkt om zichzelf te ontdoen van deze grenzen, zich te openen en zich innerlijk vrij te maken. Daarvoor is die ander nodig, om de vragen te stellen die gaan over het waarom, over het hoe. Met als doel om uiteindelijk de ervaring een plek en een plaats te geven. Waarna de vrijheid ook van binnen ervaren kan worden en de trauma's door vervolging, oorlog en geweld een plaats kunnen krijgen en er innerlijke ruimte is om de ander weer tegemoet te kunnen treden.
Dit vergt van de ander erkenning, ongeacht of dit nu een lotgenoot - een bondgenoot zo u wilt - de partner of een hulpverlener is. Erkenning van de ervaringen, erkenning van hen die deze ervaringen hebben; de getroffenen. Er zal een hand uit gestoken moeten worden om te kunnen meevoelen. Door (letterlijk) verbinding te leggen met de ander, kan het lijden gezien en gevoeld worden zodat er wederzijdse acceptatie kan ontstaan en het lijden kan worden opgeheven. Niet alleen de individuele mens wordt 'heel' maar ook de directe en indirecte omgeving van de getroffene heelt.
Maar er is nog een ander gesprek, waarmee ik niet doel op het letterlijke gesprek, maar op het overdrachtelijke gesprek. Een gesprek dat niet plaats vindt tussen twee of meer individuen, maar op een collectief niveau. Een gesprek zonder woorden, een gesprek waar herinneringen van individuen in gedachten komen bij velen. En dat is wat wij doen tijdens 'herdenkingen'. Herdenken is het geven van een plaats aan hen die gevallen zijn. Op welke manier dan ook, en wie dan ook: opa, oma, vader, moeder, broer, zus, kind, vrouw, man, vriend, vriendin, kennis of collega. Door deze individuele getroffenen, en dus het individuele trauma, een plaats te geven worden wij gezamenlijk in staat gesteld om het trauma te verwerken en kunnen wij als samenleving verder groeien naar een gevoel van solidariteit; saamhorigheid in gebondenheid. Ongeacht of het een trauma van toen is, of een trauma van nu.
Dit symbolische, collectieve gesprek vindt plaats tijdens de herdenking op 4 mei, waarmee wij elkaar in staat stellen om uiting te geven aan onze gevoelens en het verdriet van de ander dat door ons allen gezien én gevoeld wordt. De individuele herinneringen aan vervolging, oorlog en geweld worden collectief, en daardoor dus niet vertroebeld door de teleurstellingen van de huidige dag; ze worden gezien en ervaren tijdens de ceremonie van het herdenken en de twee minuten stilte. Waarmee het isolement wordt doorbroken en er ruimte wordt gecreëerd voor solidariteit.
Het begrip 'vrijheid' is lastig exact te bevatten of uit te leggen. De Van Dale heeft er zelfs bijna een halve kolom voor nodig om de verschillende betekenissen en interpretaties op te sommen. Ik pik er een paar uit: onbelemmerdheid, of te wel vrijheid in beweging en handeling. Maar ook het vrij, niet-onderworpen of afhankelijk zijn als natie en het niet meer gevangen gehouden worden, het kunnen gaan en staan waar men wil, niet meer gebonden zijn.
Voor de Nederlandse samenleving staat 5 mei gelijk aan 'de bevrijding', simpelweg omdat Nederland als natie op 5 mei 1945 formeel bevrijd werd en niet langer onderworpen was aan het nazi-bewind. Hazelhoff Roelfzema was er bij, daar in Hotel De Wereld in Wageningen toen de capitulatie getekend werd. Dit vieren wij op 5 mei nog ieder jaar met festivals, muziek en vrolijkheid tijdens 'bevrijdingsdag'.
Maar sommige mensen, ongeacht of zij nu de Tweede Wereldoorlog of andere oorlogen elders in de wereld hebben meegemaakt, zijn na hun 'bevrijding' nog niet vrij. Zij kunnen niet of slecht gaan en staan waar zij maar willen en/of zijn nog steeds emotioneel gevangen. Hun traumatische ervaringen door vervolging, oorlog en geweld hebben zó'n diepe wond geslagen in hun 'mens zijn', dat zij geen innerlijke vrijheid meer kunnen ervaren. Zij zijn gekooid, begrensd, de oorlog raast nog van binnen voort. Door deze innerlijke oorlog zijn zij onvoldoende in staat om buiten hun interne grenzen te treden en in goed contact met geliefden, naasten en met anderen die verder van hen afstaan (de samenleving), te kunnen sámen leven. Isolement, eenzaamheid en vervreemding is het gevolg met alle consequenties van dien voor henzelf, maar ook voor de samenleving.
Het is daarom van belang om hen die getraumatiseerd zijn te helpen hun trauma, opgedaan tijdens vervolging, oorlog en geweld te verwerken. Traumaverwerking betekent in gesprek zijn met de ander. Binnen een veilige omgeving, met respect voor elkaars ervaringen, de ander gelegenheid geven om vragen te stellen, vragen die een getraumatiseerd mens zichzelf niet kan of durft te stellen. Omdat hij of zij nog té 'gevangen' zit in deze ervaringen en het niet mogelijk blijkt om zichzelf te ontdoen van deze grenzen, zich te openen en zich innerlijk vrij te maken. Daarvoor is die ander nodig, om de vragen te stellen die gaan over het waarom, over het hoe. Met als doel om uiteindelijk de ervaring een plek en een plaats te geven. Waarna de vrijheid ook van binnen ervaren kan worden en de trauma's door vervolging, oorlog en geweld een plaats kunnen krijgen en er innerlijke ruimte is om de ander weer tegemoet te kunnen treden.
Dit vergt van de ander erkenning, ongeacht of dit nu een lotgenoot - een bondgenoot zo u wilt - de partner of een hulpverlener is. Erkenning van de ervaringen, erkenning van hen die deze ervaringen hebben; de getroffenen. Er zal een hand uit gestoken moeten worden om te kunnen meevoelen. Door (letterlijk) verbinding te leggen met de ander, kan het lijden gezien en gevoeld worden zodat er wederzijdse acceptatie kan ontstaan en het lijden kan worden opgeheven. Niet alleen de individuele mens wordt 'heel' maar ook de directe en indirecte omgeving van de getroffene heelt.
Maar er is nog een ander gesprek, waarmee ik niet doel op het letterlijke gesprek, maar op het overdrachtelijke gesprek. Een gesprek dat niet plaats vindt tussen twee of meer individuen, maar op een collectief niveau. Een gesprek zonder woorden, een gesprek waar herinneringen van individuen in gedachten komen bij velen. En dat is wat wij doen tijdens 'herdenkingen'. Herdenken is het geven van een plaats aan hen die gevallen zijn. Op welke manier dan ook, en wie dan ook: opa, oma, vader, moeder, broer, zus, kind, vrouw, man, vriend, vriendin, kennis of collega. Door deze individuele getroffenen, en dus het individuele trauma, een plaats te geven worden wij gezamenlijk in staat gesteld om het trauma te verwerken en kunnen wij als samenleving verder groeien naar een gevoel van solidariteit; saamhorigheid in gebondenheid. Ongeacht of het een trauma van toen is, of een trauma van nu.
Dit symbolische, collectieve gesprek vindt plaats tijdens de herdenking op 4 mei, waarmee wij elkaar in staat stellen om uiting te geven aan onze gevoelens en het verdriet van de ander dat door ons allen gezien én gevoeld wordt. De individuele herinneringen aan vervolging, oorlog en geweld worden collectief, en daardoor dus niet vertroebeld door de teleurstellingen van de huidige dag; ze worden gezien en ervaren tijdens de ceremonie van het herdenken en de twee minuten stilte. Waarmee het isolement wordt doorbroken en er ruimte wordt gecreëerd voor solidariteit.
