Nationaal Comité - Gastschrijvers 2008

Duurzame vrijheid maken we met elkaar

23-11-2007
René Grotenhuis, directeur van Cordaid/Mensen in Nood
René Grotenhuis, directeur van Cordaid/Mensen in Nood
Aan de rivieroever kom ik ze tegen. Vooral vrouwen en kinderen. Ze zijn net met vlotten de rivier de Kiir overgestoken. Het is de grensrivier tussen Noord en Zuid-Sudan en ze zijn op weg naar huis. Nu er vrede is willen ze terug naar huis waar ze –soms al vijftien jaar geleden – verdreven zijn door de oorlog. Na zoveel jaar geleefd te hebben in een vluchtelingenkamp willen ze weer naar hun eigen dorp. Alles wat ze mee konden nemen uit hun vluchtelingenkamp hebben ze bij zich. De vrachtwagens en bussen waarmee ze van de rivieroever verder trekken is afgeladen met bedden. Stoelen, tafels, potten, emmers. Bundels met huisraad en kleren hebben ze op hun rug. Die nemen ze mee de bus in op weg naar huis.

Vrijheid betekent voor hen weer terug bij hun stamgenoten. Niet meer ingesnoerd in de regels van het vluchtelingenkamp en gecontroleerd door de politie. Vrijheid betekent ook weer een eigen bestaan opbouwen, hoe schamel ook. Eigen grond, eigen voedsel verbouwen. Niet meer aangewezen zijn op voedselhulp en daarvoor in de rij staan. Vrijheid betekent ook je stem kunnen verheffen, je eigen mening kunnen uiten zonder bang te zijn dat je monddood wordt gemaakt of gewoon verdwijnt.
Sudan is één van die landen waar Cordaid Mensen in Nood actief betrokken is in wederopbouw. Maar Sudan is niet het enige land. Sierra Leone, Liberia, Afghanistan, Congo, Haïti zijn net als Sudan landen waar burgeroorlog mensen op de vlucht heeft gejaagd. En altijd gaan die onderlinge twisten ten koste van honderdduizenden, soms miljoenen mensen. Mensen hebben geleefd in angst, regelmatig op zoek naar een veilig heenkomen en leven bij de dag. In die landen is er veel kapot gemaakt of vanzelf verdwenen. De overheid functioneert niet meer, beschermt de burgers niet meer. Op zijn best is ze afwezig. Op zijn ergst is ze één van de strijdende partijen die burgers terroriseert en bedreigt. Wegen en systemen van elektriciteit en waterleiding zijn kapot. Werkgelegenheid is er niet meer. Kerken en stamverbanden zijn vaak de enige overgebleven instituties waar mensen bescherming kunnen zoeken, waar solidariteit is, waar voor elkaar wordt gezorgd.

Als er dan vrede komt, een staakt het vuren, een vredesverdrag, dan is er opluchting. Dan maakt de angst plaats voor hoop, dan maakt de uitzichtloosheid plaats voor nieuw perspectief. Maar wederopbouw is een lang en moeizaam proces. Waar moet je beginnen in een land waar zoveel niet meer functioneert? Mensen hebben van alles tegelijk nodig. Eten en onderdak, water. Maar ze willen ook betere gezondheidszorg. Kinderen willen naar school, mannen en vrouwen willen aan het werk. Wat moet eerst, wat kan later. Eigenlijk kan niets later, en toch weten we dat niet alles tegelijk kan. Dan lijkt het uitzichtloos en vooral chaotisch. Maar als we ons realiseren dat mensen erin geslaagd zijn jaren van burgeroorlog te overleven, dan weten we dat we met sterke mensen te maken hebben. Als ze dat kunnen doorstaan, dan kunnen ze ook de wederopbouw aan. Dan blijkt dat mensen ideeën hebben, dat ze niet alleen maar de hand willen ophouden, maar vooral de handen uit de mouwen willen steken. Dan blijkt dat de stammen en kerken, de vrouwengroepen en boerenorganisaties pijlers zijn waarop je een proces van wederopbouw kunt starten. Als Cordaid Mensen in Nood sluiten we daar op aan: zij bepalen wat nodig is in welke fase. We hebben geen blauwdruk bij ons van wederopbouw, we hebben vooral een luisterend oor.

Ze kunnen en doen het op eigen kracht, maar kunnen het niet alleen. Ze hebben solidariteit nodig om hun bevrijding uit angst en uitzichtloosheid ook echt om te zetten in een beter perspectief. Ze hebben onze solidariteit nodig om de vrijheid die ze hebben verworven ook duurzaam te maken. Maar ze kunnen het op eigen kracht. Solidariteit is veel minder eenvoudig dan het lijkt. Mensen in Sudan en Congo hebben er geen behoefte aan dat wij hun werk opnemen. Ze hebben er nog minder behoefte aan dat wij hen voorschrijven hoe ze hun land weer moeten opbouwen. Ze willen ons erbij hebben, ze hebben ons nodig, maar ze willen graag zelf aan het stuur van hun toekomst blijven zitten. Solidariteit betekent erbij willen zijn, betrokken zijn, soms de helpende hand toesteken, maar ook respect hebben voor hún manier van denken en leven.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben we ons massaal ingezet voor herstel van Europa. Zoveel wat kapot was, moest weer worden opgebouwd. We hebben niet ieder voor zich laten ploeteren, maar hebben de handen ineen geslagen. We hadden elkaar nodig om de bevrijding uit Nazi-angst en onderdrukking duurzaam te maken. De Europese Unie en de Navo zijn de concrete tekenen geworden van die solidariteit die nodig is om vrijheid veilig te stellen. De Verenigde Naties zijn er om die solidariteit op wereldniveau vorm te geven. Vrijheid in Sudan en Congo heeft internationale solidariteit nodig. Onderzoek laat zien dat landen die een conflict hebben een grote kans hebben om weer terug te vallen in een burgeroorlog als de internationale solidariteit niet blijvend is. Te vaak laten we het er na een jaar of drie, vier bij zitten. Dan zijn er nieuwe brandhaarden, dan draaien de televisiecamera’s elders en vergeten we de bevolking die net de weg naar vrijheid en een betere toekomst heeft gevonden. Zo laten we conflicten doorsmeulen en zijn we brandweerlieden die van de ene brandhaard naar de andere vliegen en wel zien waar het vuur telkens weer oplaait. We zouden ambitieuzer moeten zijn en ons inzetten om structurele oplossingen te realiseren. Daarmee kunnen we garanderen dat mensen –net als wij in West-Europa- niet meer bang hoeven te zijn dat hun nieuw verworven vrijheid weer teniet wordt gedaan. Solidariteit is voor de lange termijn, is verbondenheid en bereidheid mee te helpen voor meerdere jaren. Duurzame vrijheid maken we met elkaar.