Nationaal Comité - Gastschrijvers 2008

Vredesmissies en wederopbouw

23-11-2007
Joris Voorhoeve, ex-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael en voormalig minister van Defensie
Joris Voorhoeve, ex-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael en voormalig minister van Defensie

"Gedenk de offers die 't herwinnen van vrijheidvreugden vroeg
Bedenk welk daaglijks offer het doen groeien van vrijheid steeds weerom u vraagt."



De dichter Aart van der IJssel vatte na de Tweede Wereldoorlog glashelder samen wat ik, met meer woorden, wil schrijven. Zijn dichtregels staan op de voet van een monument aan het Nassauplein in Den Haag. Ik loop er dagelijks langs en vertaal ze aldus: Mensen en landen die dankzij de strijd van hun voorouders van alle vrijheden kunnen genieten, doen er goed aan die vrijheid te verbeteren en te verbreiden. Wij kunnen dat, want vrijheid biedt kansen op geluk, welvaart en welzijn. Wij behoren dat ook voor dat ideaal van de vrijheid te doen, want de waarlijk vrije mens kan niet blijvend aanvaarden dat anderen worden vervolgd en vertrapt.

Vrijheid is veel meer dan zelf bevrijd zijn van bezetting en vervolging. Volle vrijheid vraagt respect voor alle rechten van de mens. Maar die rechten, inmiddels een honderdtal, neergelegd in afzonderlijke verdragen, betekenen niets als zij alleen op papier bestaan. Mensenrechten worden pas werkelijkheid in een stevige rechtsorde. Waar geen rechtsorde heerst, bepalen geweld, armoede, honger en ziekten het dagelijks leven. De kernvraag is dus: wat is de mens die zelf alle vrijheid heeft, bereid te doen om die vreugde aan anderen te schenken?

Vredesoperaties en ontwikkelingssamenwerking kunnen de grove schendingen van basisrechten in veel landen helpen beperken. De wereldbevolking telt nu 6,5 miljard zielen. Daarvan moeten 2,5 miljard zien te overleven met minder dan twee dollar per dag. Wij kunnen ons dat niet voorstellen, maar het is een harde realiteit. Onder die armen lijden 850 miljoen mensen aan ernstige honger. Jaarlijks komen een half miljoen mensen om door wapengeweld.

Deze cijfers zijn een schande. Er is veel tegen deze schande te doen. De middelen om op te treden zijn ruim voorhanden. Maar mensen geven de rijdom van de wereldeconomie vooral aan andere behoeften uit. De consumptieve behoeften van de rijkere landen en hun veiligheid zijn in de praktijk de krachtigste drijfveren in de wereldpolitiek. Die drijfveren bepalen voor een groot deel het gedrag van staten.

Dat de beschikbare middelen ook anders en beter kunnen worden besteed, blijkt uit een paar cijfers: Er zijn 192 landen lid van de Verenigde Naties. De welvarendste 35 landen besteden gemiddeld slechts één derde van één procent van hun inkomen aan ontwikkelingssamenwerking voor de armste landen.
De strijdkrachten van alle staten in de wereld tellen ruim twintig miljoen militairen. De totale inzet voor vredesoperaties van de VN bedraagt minder dan één procent daarvan. Deze getallen maken duidelijk hoe groot de onbenutte vermogens zijn, en dus ook: hoe verkeerd de prioriteiten zijn. Wie stelt dat er geen geld voor een bepaald goed doel is, zegt eigenlijk dat de beoogde besteding van minder belang is dan de eigen behoeften.

Uit de ervaringen met vredesoperaties en ontwikkelingssamenwerking is veel te leren hoe beide beter kunnen verlopen. Er zijn veel mislukkingen, maar ook grote successen. In Afrika zijn burgeroorlogen beëindigd in Mozambique, Liberia, Sierra Leone en Angola. In Europa is de burgeroorlog in het vroegere Joegoslavië eindelijk gestopt. In Midden-Amerika geniet El Salvador nu vrede. Diverse oorlogen in Azië zijn tot een eind gekomen. Wie naar de vele conflictbronnen in de wereld kijkt, wordt alras pessimistisch over de toekomst. Maar successen uit het verleden tonen dat er grote mogelijkheden voor vrede en vooruitgang zijn.

Zowel successen als mislukkingen tonen hoe vredesopbouw in het hier en nu beter kan. Een louter militaire aanpak geeft meestal geen blijvend resultaat. Na een militaire ingreep om vrede te verzekeren volgt vaak slecht bestuur of anarchie. Twee van de drie landen die een burgeroorlog hebben doorgemaakt, vervallen binnen tien jaar opnieuw tot oorlog. Het gaat om het opbouwen van instellingen die de conflicten, die er altijd in elke samenleving zijn, op vreedzame wijze te beslechten: politie, justitie, een democratische grondwet, verkiezingen, vredebevorderend onderwijs, berechting van oorlogsmisdadigers, verzoening door maatschappelijke organisaties, en een vernieuwende interpretatie van oude culturen en religies die grote groepen mensen in hun greep houden. Vernieuwing om oude vijandschappen te beëindigen, om traditionele onderdrukking van vrouwen en minderheidsgroepen op te heffen, en om de altijd aanwezige, grote vermogens van mensen voor zelfverbetering en maatschappijopbouw te bevrijden van het verleden.